ECLI:NL:RVS:2019:3808
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake last onder dwangsom bewoning bedrijfsunits
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen legde op 17 juli 2017 een last onder dwangsom op aan een belanghebbende om het gebruik van bedrijfsunits voor bewoning te staken en voorzieningen te verwijderen. Huurders van deze units, appellant A en appellant B, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen verschillende besluiten.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde de beroepen van de huurders gegrond en vernietigde de besluiten van 9 maart 2018. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de huurders geen belanghebbenden waren bij de besluiten van 9 januari 2018. De Afdeling oordeelde dat vanwege het fundamentele woonrecht de huurders wel belanghebbenden zijn.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht handhavend optrad omdat geen concreet zicht op legalisering bestond en dat het college de belangen van de huurders voldoende had betrokken. Het hoger beroep van de huurders werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover die de beroepen van de huurders gegrond verklaarde, en de beroepen tegen de besluiten van 9 maart 2018 werden ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De beroepen van de huurders tegen de handhavingsbesluiten worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.