Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: G. Maatkamp).
[derde-partij], te [woonplaats]
(gemachtigde: mr. L.J. Gerritsen).
Rechtbank Gelderland
Eiser, eigenaar van percelen met een voormalig verhuurde bouwmarkt, maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning verleend aan derde-partij voor de bouw van een winkelcentrum. De vergunning stond geen bouwmarkt toe, maar later werd een bestemmingsplan vastgesteld dat dit wel mogelijk maakte. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid. De rechtbank onderzocht of eiser als eigenaar en exploitant van een concurrerend bedrijf belanghebbende was.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen zicht of ruimtelijke gevolgen ondervindt vanwege de afstand en bebouwing tussen zijn percelen en die van derde-partij. Ook het concurrentiebelang werd verworpen, omdat de vergunning van 17 december 2019 geen bouwmarkt toestond en daarmee geen direct belang van eiser raakte. De rechtbank concludeerde dat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 Awb Pro en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank benadrukte dat eiser zich kan verweren tegen het bestemmingsplan dat later wel een bouwmarkt toestaat, maar niet tegen de omgevingsvergunning zelf. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning.