ECLI:NL:RVS:2018:2001
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhavingsverzoeken minicampings gemeente Veere
AGRAforce en appellant sub 3 verzochten het college van burgemeester en wethouders van Veere handhavend op te treden tegen het plaatsen van speeltoestellen en andere bouwwerken buiten het bouwvlak op vijf minicampings in de gemeente Veere. De rechtbank verklaarde de beroepen van AGRAforce gegrond en oordeelde dat het college verplicht was op de handhavingsverzoeken te beslissen, terwijl de beroepen van appellant sub 3 niet-ontvankelijk werden verklaard.
Het college, appellant sub 2 en appellant sub 3 stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant sub 3 geen nieuwe gronden aanvoerde en verklaarde haar hoger beroep ongegrond. Vervolgens werd beoordeeld of AGRAforce als belanghebbende kon worden aangemerkt. De Afdeling concludeerde dat AGRAforce geen belanghebbende is omdat zij niet rechtstreeks in haar belang wordt geraakt door de handhavingsbesluiten, aangezien zij geen kampeervergunning heeft en de gestelde gevolgen voor haar verhuurbaarheid niet aannemelijk zijn.
Daarmee zijn de handhavingsverzoeken van AGRAforce geen aanvragen in de zin van de Awb en was het college niet verplicht besluiten te nemen. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat AGRAforce als belanghebbende aanmerkt en verklaarde haar beroepen niet-ontvankelijk. Het hoger beroep van het college en appellant sub 2 werd gegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 2.
Uitkomst: De beroepen van AGRAforce worden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij de handhavingsverzoeken.