De zaak betreft een verzoek van een patiënte die stelt dat het ziekenhuis tekort is geschoten bij het plaatsen van siliconen borstprotheses in 1984, 1993 en 2006, met ernstige gezondheidsklachten en amputaties tot gevolg. Zij vordert een verklaring voor recht dat het ziekenhuis aansprakelijk is wegens schending van de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de informatieplicht.
De rechtbank onderzoekt eerst het verjaringverweer van het ziekenhuis. Voor de behandelingen vóór 1995 geldt dat het ziekenhuis niet aansprakelijk is, maar de plastisch chirurgen zelf. Voor de periode na 2002 oordeelt de rechtbank dat de verjaringstermijn nog niet is verstreken, mede omdat de diagnose ASIA-syndroom pas na 2016 met voldoende zekerheid is gesteld.
De rechtbank stelt dat onvoldoende is vastgesteld of de borstprotheses in 2006 gebrekkig waren en of het ziekenhuis aan de informatieplicht en follow-up verplichtingen heeft voldaan. Voor beantwoording van deze vragen is een deskundigenbericht noodzakelijk.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af, maar begroet de kosten van het deelgeschil aan de zijde van de patiënte op € 8.438,32. De patiënte wordt niet ontvankelijk verklaard voor het deel van het verzoek dat betrekking heeft op de protheses van 1984 en 1993.