ECLI:NL:RBGEL:2021:5754
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedoogplicht voor aanleg rioolpersleiding op landgoed volgens Belemmeringenwet Privaatrecht
De Stichting het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending heeft beroep ingesteld tegen de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgelegde gedoogplicht voor de aanleg van een rioolpersleiding over haar landgoed. Het waterschap wil afvalwatercentralisatie realiseren door kleinere RWZI’s te sluiten en het afvalwater via een nieuwe leiding te transporteren.
De stichting vreesde aantasting van landschappelijke waarden en betwistte onder meer het gekozen tracé en de noodzaak van de gedoogplicht. De rechtbank oordeelt dat de procedure zorgvuldig is verlopen, met inachtneming van hoor en wederhoor, en dat de minister terecht heeft getoetst aan de vier wettelijke criteria uit de Belemmeringenwet Privaatrecht.
De rechtbank wijst de stelling van de stichting af dat een bredere belangenafweging had moeten plaatsvinden en bevestigt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om alternatieven voor het tracé te toetsen, omdat dit onder de exclusieve toetsing van het gerechtshof valt. Ook is het algemeen nut van het werk wettelijk erkend. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de stichting tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de rioolpersleiding wordt ongegrond verklaard.