ECLI:NL:RVS:2016:1097
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluitingsbevel woning wegens aantreffen cocaïne in bestuursrechtelijke procedure
De burgemeester van Tilburg heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning gesloten waar 35 gram cocaïne werd aangetroffen. De woningcorporatie was eigenaar en de huurder, appellant, woonde er met haar drie kinderen. De strafzaak tegen haar werd geseponeerd en zij ontving een schadevergoeding wegens onterechte detentie.
Appellant maakte bezwaar tegen het sluitingsbevel en voerde onder meer aan dat het verbod op vooringenomenheid was geschonden omdat dezelfde persoon de burgemeester vertegenwoordigde bij verschillende procedures. Dit werd verworpen omdat de vertegenwoordiger niet betrokken was bij de besluitvorming en het gebruikelijk is dat een bekend persoon namens de burgemeester optreedt.
Verder stelde appellant dat het sluitingsbevel disproportioneel was en leedtoevoegend, waardoor het een strafsanctie zou zijn in strijd met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling oordeelde dat het bevel een bestuursrechtelijke herstelsanctie is en dat de gevolgen zoals ontbinding van de huurovereenkomst en problemen met Jeugdzorg voorzienbare neveneffecten zijn.
De belangenafweging van de burgemeester werd als zorgvuldig en redelijk beoordeeld, waarbij het belang van het herstel van de rechtsorde zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het sluitingsbevel van de woning bevestigd.