Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoekster] ,
(gemachtigden: mr. M. van Wijk, W.W.M.M. de Vor en S.A. Kaspers).
[derde-partij], vergunninghouder
Rechtbank Gelderland
Verzoekers, watersporters die actief zijn langs de Eem, hebben bezwaar gemaakt tegen de door het Waterschap Vallei en Veluwe verleende watervergunning voor het vervangen van damwanden op zes locaties langs de rivier. Zij vrezen dat de nieuwe, hogere damwanden scheepsgolven reflecteren, wat gevaarlijk is voor roeiers en andere kleine vaartuigen. Verzoekers stellen dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht en willen dat de damwanden niet hoger worden dan het laagste winterpeil.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van verzoekers valt onder de maatschappelijke functies van watersystemen zoals bedoeld in de Waterwet. Hoewel verweerder het belang van verzoekers had moeten betrekken bij zijn besluit, ontbreekt een adequate motivering in het verleende besluit. Dit motiveringsgebrek kan echter worden hersteld in de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter beoordeelt de aangedragen alternatieven en concludeert dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat deze alternatieven aanmerkelijk minder bezwaren opleveren. Het verlagen van de damwanden brengt ecologische en technische problemen met zich mee. Gezien het spoedeisend belang van vergunninghouder om de damwanden tijdig te vervangen en het feit dat de hoogte van de damwanden niet wezenlijk verandert, weegt het algemene belang zwaarder dan het belang van verzoekers.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De werkzaamheden kunnen doorgaan, terwijl de discussie over alternatieven in de bezwaarprocedure kan worden voortgezet. Proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de watervergunning voor het vervangen van damwanden langs de Eem wordt afgewezen.