Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te Amsterdam, verzoekster
de gemeente Amsterdam,vergunninghouder
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Amsterdam heeft van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht een watervergunning gekregen voor het aanbrengen van een tijdelijke noodconstructie ter versterking van een zwakke kademuur in de Waalseilandsgracht. Verzoekster, een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster ontvankelijk was als belanghebbende. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de verleende watervergunning en de noodzaak en vorm van de noodconstructie. Verzoekster voerde aan dat er betere alternatieven zijn, zoals een plan met buispalen, en dat de gemeente fouten heeft gemaakt in haar berekeningen.
De rechter stelde vast dat de vergunning slechts kan worden geweigerd indien deze niet verenigbaar is met de doelstellingen van de Waterwet. De aangevoerde alternatieven en bezwaren betroffen geen weigeringsgronden onder de Waterwet. Ook was onvoldoende onderbouwing geleverd dat het buispalenplan een gelijkwaardig resultaat zou opleveren. De voorzieningenrechter concludeerde dat de vergunning rechtmatig is verleend en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen aanleiding gezien voor een vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de watervergunning voor de noodconstructie wordt afgewezen.