Derde-partij heeft een vergunning gekregen voor aanpassing van een varkenshouderij, waarbij emissiepunten en luchtwassers worden gewijzigd. Verzoekers stelden dat de stikstofdepositie toeneemt en dat de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (RAV) onbetrouwbaar zijn vanwege wetenschappelijke twijfel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er inderdaad twijfel bestaat over het rendement van de luchtwassers en daarmee over de emissiefactoren, maar dat een voorlopige voorziening niet geschikt is om deze complexe vraag definitief te beantwoorden. Het project betreft een beperkte wijziging en de bouw is reeds gestart op basis van een onherroepelijke omgevingsvergunning.
Het spoedeisend belang van verzoekers wordt erkend, maar het belang van derde-partij om de bouw voort te zetten weegt zwaarder. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.