ECLI:NL:RBGEL:2022:1259
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering huur- en zorgtoeslag wegens onevenredige gevolgen
Eiser ontving in 2019 voorschotten zorg- en huurtoeslag die later door verweerder werden herzien op basis van het werkelijke inkomen, wat leidde tot een terugvordering van € 1.784. Eiser erkende het hogere inkomen maar stelde dat hij vertrouwde op de voorschotten en dat terugvordering hem financieel zwaar zou treffen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was het recht op toeslagen te herzien en de terugvordering te vorderen. Echter, verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen niet aanwezig zouden zijn, terwijl eiser ter zitting uitgebreide persoonlijke en financiële omstandigheden heeft toegelicht.
De rechtbank stelt vast dat de financiële situatie van eiser, de geringe inkomensoverschrijding en de disproportionele gevolgen van de terugvordering een belangenafweging vereisen. Gezien artikel 13b Awir moet verweerder onder bijzondere omstandigheden afzien van of matigen in terugvordering.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beperkt de terugvordering tot € 79, het bedrag van de inkomensoverschrijding, en gelast vergoeding van het griffierecht. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De terugvordering van huur- en zorgtoeslag wordt beperkt tot € 79 wegens bijzondere omstandigheden en onevenredigheid.