Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of wegens de verkrijging van de masten op gehuurde grond sprake is van de verkrijging van economische eigendom in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (Wet BRV);
- of de verkrijging van de masten is vrijgesteld op grond van artikel 15, eerste lid, letter h van de Wet BRV juncto artikel 5c, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer 1970 (UBBRV); en
- of de maatstaf van heffing correct is vastgesteld.
- primair: Dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 2, tweede lid van de Wet BRV, omdat er geen sprake is van (1) een bestanddeel van een onroerende zaak dat zelfstandig aan een recht kan worden onderworpen en (2) een samenstel van rechten en verplichtingen bij een bestanddeel;
- subsidiair: Dat de splitsingsvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onder h, van de Wet BRV juncto artikel 5c, eerste lid, van het UBBRV van toepassing is;
- meer subsidiair: Dat de maatstaf van heffing veel lager is dan de koopprijs voor de aandelen van [bv's] .
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en de beschikking belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 2.500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.056;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;