ECLI:NL:HR:2009:BK1045
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over overdrachtsbelasting bij verkrijging economische eigendom van bestanddeel
Belanghebbende had een perceel grond waarvan hij 19/20ste deel eigenaar was en een BV waarvan hij directeur en enig aandeelhouder was, bezat het resterende 1/20ste deel. De BV gebruikte het perceel en had daarop een opstal gebouwd zonder dat een recht van opstal was gevestigd. Belanghebbende verkreeg de onverdeelde eigendom van grond en opstal tegen betaling aan de BV.
Belanghebbende had overdrachtsbelasting betaald over de volledige waarde, maar maakte bezwaar tegen het deel dat betrekking had op de 19/20ste deel van de opstal. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat ook over dit deel overdrachtsbelasting verschuldigd was.
De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 2 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer en het systeem van die wet, de verkrijging van een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot een bestanddeel van een onroerende zaak niet gelijkgesteld kan worden aan de verkrijging van de economische eigendom van dat bestanddeel, tenzij het zakenrechtelijk is verzelfstandigd door een beperkt recht zoals een recht van opstal.
Omdat in deze zaak geen recht van opstal was gevestigd, was de uitspraak van de Rechtbank onjuist. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak en bepaalde dat overdrachtsbelasting alleen verschuldigd was over de waarde van het 1/20ste deel van de grond en een gelijk deel van de opstal. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en stelt het terug te geven bedrag aan overdrachtsbelasting vast op € 40.043.