Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
31 december 2018 op de betreffende onderdelen gecorrigeerd. Tijdens het boekenonderzoek is vastgesteld dat eiseres in de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018 een maandelijkse vaste kostenvergoeding aan haar werknemers heeft uitbetaald. De bevindingen omtrent de uitbetaalde vaste kostenvergoeding zijn weergegeven in paragraaf 5.4 van het rapport boekenonderzoek. Kort samengevat zijn de controlerend ambtenaren van mening dat de in de gecontroleerde periode uitbetaalde vaste kostenvergoeding onvoldoende onderbouwd is, ook nadat eiseres gebruik heeft gemaakt van het aanbod de vaste kostenvergoeding achteraf door middel van een kostenonderzoek (periode 1 april 2019 tot en met 30 juni 2019) alsnog te onderbouwen. Als gevolg daarvan is de gehele uitbetaalde kostenvergoeding over de gecontroleerde periode tot het eindheffingsloon voor de werkkostenregeling (WKR) gerekend. Daarnaast zijn er bevindingen met betrekking tot de toepassing van de WKR opgenomen in paragraaf 5.5 van het rapport boekenonderzoek. Voor zover nog relevant in de beroepsprocedure komen deze er op neer dat de vergoeding van de kosten voor het lidmaatschap van netwerkverenigingen/businessclubs in 2016 tot en met 2018 en de vergoeding van een verkeersboete in 2016 aan een werknemer tot het loon behoren. Verder heeft verweerder terzake van laatstgenoemde correcties verzuimboeten van 10% opgelegd en terzake van de correcties in verband met de vaste kostenvergoeding vergrijpboeten van 25% wegens grove schuld. De datum van het concept rapport boekenonderzoek is 18 oktober 2019.
21 november 2019. In de brief van 21 november 2019 wordt voor de toelichting op de naheffingsaanslag, inclusief de voorgenomen boete, verwezen naar het concept rapport boekenonderzoek van 18 oktober 2019.
31 december 2018 voldoende is onderbouwd. Daarmee is volgens eiseres hoe dan ook voldaan aan de voorwaarde dat de vaste kostenvergoeding met een onderzoek naar de werkelijke gemaakte kosten is onderbouwd. Gelet op de voornoemde omstandigheden doet eiseres een beroep op het vertrouwensbeginsel. Voor wat betreft de vergoeding van de kosten voor lidmaatschappen van netwerkverenigingen/businessclubs handhaaft eiseres haar stelling dat deze kosten buiten het loonbegrip vallen, omdat het voorzieningen zonder voordeel voor de werknemers zijn. Verder voert eiseres aan dat de vergrijpboeten moeten worden vernietigd [4] en dat verweerder in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld.
De vaste kostenvergoeding voor het jaar 2014
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de vergrijpboeten;
- vermindert de vergrijpboeten tot € 2.025 voor 2014, € 1.630 voor 2015, € 1.552 voor 2016, € 1.518 voor 2017 en € 1.687 voor 2018;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar.
mr. L.R. Zonneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.