ECLI:NL:RBGEL:2022:5008
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke berekeningsmethode BPM bij invoer gebruikte auto versus herleidingsmethode
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM en belastingrente voor een ingevoerde gebruikte Volvo XC90. Zij betoogde dat de verschuldigde BPM moest worden bepaald via de herleidingsmethode, waarbij de bruto BPM van eerder ingevoerde gelijksoortige auto’s wordt herrekend en verminderd met het toepasselijke tabelpercentage.
De rechtbank oordeelt dat het wettelijke systeem van de Wet BPM voorschrijft dat de BPM wordt berekend aan de hand van de handelsinkoopwaarde van referentieauto’s, waarbij de herrekende bruto BPM geen rol speelt. De door eiseres voorgestane herleidingsmethode strookt niet met de wettelijke bepalingen, met name artikelen 9 en 10 van de Wet BPM.
Verder stelt de rechtbank dat de herrekende bruto BPM in het kentekenregister een forfaitair en rekenkundig herleid bedrag is dat niet geschikt is als basis voor BPM-berekening bij invoer. Ook is er geen strijd met artikel 110 VWEU Pro, omdat het systeem geen onrechtmatige discriminatie inhoudt.
Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.