Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van 19 augustus 2022 met 5 producties;
- de mondelinge behandeling van 3 oktober 2022.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek tot verlof voor conservatoir derdenbeslag in de vorm van loonbeslag door verzoeker tegen verweerder, ex artikel 700 Rv Pro, in verband met een vordering tot nakoming van een leningsovereenkomst die voortvloeit uit een uittredingsovereenkomst van een vennootschap onder firma.
Verzoeker stelde dat de lening onbepaalde tijd bestond en dat de vordering pas opeisbaar werd toen verweerder in staat was tot betaling, met een eerste opeisbare vordering in juni 2020. Verweerder betwistte dit en voerde aan dat de vordering verjaard is op grond van artikel 3:307 lid 1 BW Pro, omdat de maandelijkse termijnen al vanaf januari 2010 opeisbaar waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de stelling van verzoeker onvoldoende is onderbouwd en dat de verjaringstermijn reeds in januari 2015 respectievelijk februari 2019 was verstreken zonder dat de verjaring was gestuit. De vordering is daarom niet voldoende deugdelijk. Daarnaast woog de rechter de belangen van partijen af en concludeerde dat het loonbeslag, gelet op het ingrijpende karakter en de summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering, niet proportioneel is.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verlof voor conservatoir loonbeslag wordt afgewezen wegens verjaring van de vordering en disproportionaliteit van het beslag.