Eiseres verkreeg in 2016 een perceel met twee woningen en sloot in 2019 koopovereenkomsten met negen kopers voor de realisatie van negen woningen. De kopers kregen een onverdeeld aandeel in het perceel geleverd (akte 1) en dezelfde dag volgde een verdeling in kavels en mandeligheid (akte 2). De rechtbank beoordeelde of de levering van de onbebouwde kavels (registergoederen 4 tot en met 9) terecht met omzetbelasting is belast.
De rechtbank concludeerde dat de kopers na akte 1 nog niet de macht hadden om als eigenaar over de kavels te beschikken, omdat zij slechts toestemming konden geven voor de verdeling en niet mochten afwijken van de vooraf vastgestelde kavels. Er was geen sprake van onverdeeldheid, aangezien elke koper een specifiek deel van het perceel verkreeg. Daarom ging het om negen afzonderlijke leveringen van bouwterreinen, die belast zijn met omzetbelasting.
De mandeligheid betrof een gemeenschappelijk deel van het perceel, waarvan een deel bebouwd was. De rechtbank stelde vast dat de koopsommen volledig aan de kavels toegerekend moesten worden, omdat geen waarde aan de mandeligheid kon worden toegekend. Het beroep van eiseres tegen de opgelegde omzetbelasting werd ongegrond verklaard.