In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VVE) over de wijze van kostenverdeling en diverse besluiten genomen in de algemene ledenvergadering. De splitsingsakte schrijft voor dat kosten naar breukdeel moeten worden verdeeld, maar sinds 2001 gebeurde dit in de praktijk gelijkelijk over de appartementseigenaren. In 2020 is de splitsingsakte aangepast om deze praktijk te formaliseren, wat door de rechtbank eerder als rechtsgeldig en redelijk is beoordeeld.
De appellant verzocht vernietiging van besluiten uit de vergadering van 4 april 2022, waaronder goedkeuring van jaarrekeningen, begroting en MJOP, omdat deze in strijd zouden zijn met de splitsingsakte en de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelt dat hoewel de besluiten formeel in strijd zijn met de splitsingsakte, het beroep hierop onaanvaardbaar is vanwege de langdurige praktijk, onduidelijkheid over de breukdelen en de belangen van andere eigenaren.
Daarnaast zijn de overige bezwaren over informatievoorziening, MJOP, huismeesterovereenkomst en WOZ-voorziening onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de appellant in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat afwijkingen van splitsingsakte in de praktijk kunnen worden geaccepteerd indien dit redelijk en billijk is.