ECLI:NL:RBGEL:2022:6279
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herziening toekenningsbesluit WW wegens onvoldoende onderbouwing
Eiseres, Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde Grondslag, verzocht om herziening van het WW-toekenningsbesluit van 27 augustus 2019 dat aan een derde-partij een WW-uitkering toekende met vrij te laten uren van 104,73 per maand. Eiseres stelde dat dit aantal uren onjuist was en dat een herziening naar de toekomst noodzakelijk was om de verhaalsbijdrage aan te passen.
Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gesteld en het beroep onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende feiten of bewijs had aangeleverd die een ander besluit rechtvaardigen en dat de rechtszekerheid voor de derde-partij zwaarder weegt dan het financiële belang van eiseres.
De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waarin is bepaald dat een verzoek tot herziening naar de toekomst deugdelijk en toereikend moet worden onderbouwd met relevante feiten en bewijs. Omdat eiseres zich beperkte tot een algemene stelling dat verweerder de opgave van de derde-partij klakkeloos had overgenomen zonder onderzoek, was dit onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet gehouden was het oorspronkelijke besluit te herzien of een belangenafweging te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot herziening van het WW-toekenningsbesluit is ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.