Uitspraak
[verwerende partij]
1.De procedure
2.De feiten
Cliënte is in een afhankelijke positie gebracht. Ze woont en werkt in het gezinshuis;
Cliënte heeft een arbeidsovereenkomst van 16 uur per week, maar wordt geacht gemiddeld meer dan 60 uur per week te werken;
Cliënte is gedwongen haar onderneming om niet over te dragen, terwijl de vaste lasten een tijdlang aan haar zijn doorbelast;
Cliënte is gedwongen € 600,00 per maand voor een kleine woonruimte te betalen en daarnaast € 262,50 per maand te voldoen als bijdrage in de kosten van voeding;
Cliënte wordt tijdens haar arbeidsongeschiktheid niet met rust gelaten, maar arbeidsrechtelijke onheus bejegend en gedreigd met ontslag;
Het overeengekomen loon wordt niet doorbetaald met een onterecht beroep op verrekening.
3.Het verzoek en het verweer
€ 684,93 bruto;
€ 25.000,00 bruto;
4.De beoordeling
16 februari 2022 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
De kantonrechter dient bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang in aanmerking te nemen. Daarbij dient de aard en de ernst van de dringende reden afgewogen te worden tegen de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
5.De beslissing
€ 2.171,45 bruto;
€ 684,93 bruto;
€ 1.500,00 bruto;