Uitspraak
Uitleveringswet
[opgeëiste persoon],
Rechtbank Gelderland
De opgeëiste persoon werd op 3 december 2021 aangehouden na een uitleveringsverzoek van Turkse autoriteiten. De rechtbank verklaarde op 29 april 2022 de uitlevering toelaatbaar, en deze beslissing werd op 21 oktober 2022 onherroepelijk na verwerping van cassatie door de Hoge Raad.
De gevangenhouding werd op 11 november 2022 verlengd met 30 dagen. De officier van justitie verzocht op 2 december 2022 opnieuw om verlenging, maar de rechtbank oordeelde dat de minister binnen 59 dagen na onherroepelijkheid van de uitspraak moet beslissen over uitlevering. Dit is niet gebeurd, waardoor verdere verlenging niet mogelijk is.
De rechtbank concludeerde dat de wettelijke voorwaarden voor verlenging niet meer van toepassing zijn en wees de vordering af. De minister kan de resterende tijd van de lopende gevangenhouding benutten om alsnog een beslissing te nemen. De opgeëiste persoon dient na afloop van de termijn in vrijheid te worden gesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist over uitlevering.