Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verdachte]
de officier van justitie
Gronden voor de beslissing:
wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid”een aanvullend criterium opgenomen ten opzichte van de regeling voor vergoeding van kosten in de beroepsfase bij de bestuursrechter (artikel 8:75 van Pro de Awb). Uit de wetsgeschiedenis leidt de kantonrechter af dat dit aanvullende criterium een bewuste inperking van het recht op vergoeding van kosten vormt ten opzichte van de regeling voor proceskosten in de beroepsfase bij de rechter [4] .