Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
- primair: voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verweerster] niet rechtsgeldig is, deze daarom te vernietigen, en te bepalen dat [verweerster] op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat zij aan de beschikking geen gevolg geeft [verzoeker] met ingang van 1 april 2023 moet toelaten tot zijn werk(zaamheden) onder de verplichting zijn loon met ingang van 1 april 2023 steeds tijdig aan hem te betalen, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, waarbij heeft te gelden dat [verweerster] geen (tweede keer) gebruik kan maken van het proeftijdbeding;
- subsidiair: aan [verzoeker] een schadevergoeding toe te kennen van € 12.600,00 te vermeerderen met de garantieprovisie ten titel van een billijke vergoeding dan wel schadevergoeding wegens handelen in strijd met de normen van goed werkgeverschap;
- zowel primair als subsidiair: [verweerster] te veroordelen in de proceskosten.