Uitspraak
[directeur verhuurster],
Rechtbank Gelderland
Huurster huurt sinds februari 2020 bedrijfsruimte van verhuurster voor vijf jaar. Door betalingsachterstanden ontstond een afbetalingsregeling met een boetebeding van 15% bij niet-nakoming. Huurster betaalde twee termijnen, maar kwam daarna in gebreke, waarna verhuurster de boete opeiste.
De kantonrechter oordeelt dat de boete buitensporig is, mede gezien de dubbele boete en de onervarenheid van huurster, en matigt deze tot nihil. Vervolgens is de beëindigingsovereenkomst van september 2022 aan de orde, waarbij huurster stelt dat zij onder dwang en zonder reële bedenktijd heeft getekend, hetgeen verhuurster betwist.
De rechter stelt vast dat verhuurster misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden door huurster onder druk te zetten en haar direct te laten tekenen zonder taxatie van de inboedel. Omdat huurster geen vernietiging wenst, wijzigt de rechter de gevolgen van de overeenkomst zodat het nadeel wordt opgeheven. Dit leidt ertoe dat verhuurster niets meer van huurster kan vorderen en de proceskosten voor haar rekening komen.
Uitkomst: De vordering van verhuurster wordt afgewezen en de contractuele boete wordt gematigd tot nihil wegens misbruik van omstandigheden.