Uitspraak
[D] h.o.d.n. [E]uit [plaats F] (de vergunninghouder)
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Gelderland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de natuurvergunning die het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland op 1 oktober 2020 aan een melkveehouderij heeft verleend voor uitbreiding met een emissiearm stalsysteem en een toename van het aantal dieren. De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte heeft volstaan met intern salderen zonder een passende beoordeling te maken, omdat onzekerheid bestaat over de emissiefactoren van het nieuwe stalsysteem (A1.28) en de toename van het aantal dieren.
De rechtbank stelt vast dat het project significante gevolgen kan hebben voor het Natura 2000-gebied Rijntakken en andere nabijgelegen gebieden, waardoor een passende beoordeling verplicht is volgens artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming. Ook is vastgesteld dat het college de gebouworiëntatie niet heeft meegenomen in de stikstofdepositieberekening, wat wel vereist is. De vergunning wordt daarom vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast is het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. Het beroep is ingediend op 18 november 2020 en de uitspraak is op 24 juli 2023 gedaan, wat de maximale termijn van twee jaar overschrijdt. De rechtbank kent een schadevergoeding van €1.000 toe en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De rechtbank wijst verzoeken tot matiging van proceskosten af vanwege de zelfstandigheid van de verschillende zaken.
Uitkomst: De natuurvergunning wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met passende beoordeling; eisers krijgen schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.