ECLI:NL:RVS:2017:1142
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Th.C. van Sloten
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningvoorschriften voor veehouderij in Hoogeveen onder Natuurbeschermingswet 1998
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende op 25 april 2016 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het houden van vleeskalveren en vleesvarkens aan een locatie te Hoogeveen. Aan deze vergunning werden onder meer voorschriften verbonden die eisen stelden aan het tijdig indienen van een plan en het realiseren van bouwkundige voorzieningen binnen respectievelijk één en drie jaar.
De appellant betwistte deze voorschriften, stellende dat zij buiten de uitputtende regeling van intrekkingsbevoegdheden van artikel 43 Nbw Pro 1998 treden en dat de termijnen onredelijk zijn vanwege langdurige procedures en politieke weerstand. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de voorschriften passen binnen de wettelijke kaders van artikel 43 en Pro artikel 19e Nbw 1998 en dat de termijnen aansluiten bij de wettelijke bepalingen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De Afdeling verwierp de bezwaren van de appellant, onder meer omdat intrekking van de vergunning bij schending van de voorschriften slechts via een besluit kan plaatsvinden met afweging van belangen en rechtsmiddelen. Ook achtte zij de termijnen niet onredelijk, mede gelet op de mogelijkheid om omstandigheden mee te wegen bij een intrekkingsbesluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningvoorschriften is ongegrond verklaard en de vergunning blijft ongewijzigd van kracht.