ECLI:NL:RBGEL:2023:4369
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering gemachtigde en verzoek immateriële schadevergoeding in BPM-zaken
Belanghebbende heeft BPM voldaan over de registratie van een gebruikte auto en bezwaar gemaakt tegen die aangifte. Na een beslissing waarbij de gemachtigde werd geweigerd op grond van artikel 8:25 Awb Pro, stelde belanghebbende geen nieuwe gemachtigde aan en was niet op de hoogte van de lopende beroepsprocedure.
De rechtbank behandelde de zaak zonder mondelinge behandeling en verwees naar eerdere clusteruitspraak over soortgelijke BPM-zaken. De rechtbank concludeerde dat het hoorrecht niet was geschonden en dat geen recht op teruggaaf van BPM bestond, omdat geen sprake was van extra leeftijdskorting, gunstiger tarief of lagere handelsinkoopwaarde.
Hoewel de redelijke termijn was overschreden, oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van spanning en frustratie bij belanghebbende, omdat deze niet op de hoogte was van de procedure. Daarom werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.M.W. van de Sande en griffier S.S. Verzijlbergen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.