ECLI:NL:RBGEL:2023:4370
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen BPM-aangifte en immateriële schadevergoeding wegens procedurele overschrijding
Belanghebbende heeft BPM voldaan voor de registratie van een gebruikte auto en bezwaar gemaakt tegen deze aangifte. De inspecteur heeft uitspraak gedaan op het bezwaar, waarna belanghebbende beroep instelde. De rechtbank heeft de zaak behandeld binnen een cluster van soortgelijke BPM-zaken.
De voormalige gemachtigde van belanghebbende is geweigerd op grond van artikel 8:25 Awb Pro, waarna belanghebbende geen nieuwe gemachtigde aanstelde en niet reageerde op verzoeken van de rechtbank. Hierdoor acht de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende niet op de hoogte was van de lopende beroepsprocedure.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is, omdat geen recht bestaat op teruggaaf van BPM op grond van extra leeftijdskorting, gunstiger voortijds tarief of lagere handelsinkoopwaarde. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat er geen spanning en frustratie is bij belanghebbende.
Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of teruggaaf van griffierecht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-aangifte wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.