Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 augustus 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] uit [woonplaats] , verzoekster
de burgemeester van Arnhem
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- verzoekster deze strafbare feiten zelf heeft gepleegd (art. 3, vierde lid, onderdeel a, van de Wet Bibob);
- [Holding] deze strafbare feiten heeft gepleegd en [Holding] direct leiding geeft aan en direct zeggenschap heeft over verzoekster; en
- [Holding] eveneens in een zakelijk samenwerkingsverband staat tot verzoekster, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, van de Wet Bibob;
- diverse van hetzelfde concern uitmakende rechtspersonen deze strafbare feiten hebben gepleegd en deze rechtspersonen allen in een zakelijk samenwerkingsverband staan tot verzoekster, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, van de Wet Bibob; en
- [persoon] deze strafbare feiten heeft gepleegd, en hij indirect leiding geeft aan en indirect zeggenschap heeft over verzoekster, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, van de Wet Bibob.
- handelen in strijd met de AWR door [Holding] en andere rechtspersonen in hetzelfde concern;
- (feitelijk leidinggeven aan) handelen in strijd met de AWR door [persoon] ;
- handelen in strijd met de APV door een andere rechtspersoon in het concern;
- valsheid in geschrifte door [persoon] ;
- handelen in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door een andere rechtspersoon in het concern;
- handelen in strijd met de Wet wapens en munitie door [persoon] ;
- handelen in strijd met het Drinkwaterbesluit door verzoekster;
- handelen in strijd met Bouwbesluit 2012 door een andere rechtspersoon in het concern.
- direct of indirect zeggenschap hebben over de betrokkene;
- direct of indirect leiding geven aan de betrokkene;
- direct of indirect vermogen verschaffen aan de betrokkene; en
- in een zakelijk samenwerkingsverband staan tot de betrokkene.
- handelen in strijd met de AWR door [Holding] Dat ziet op het zich schuldig maken aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 2014 tot en met 2017; het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de gestelde termijnen betalen van omzetbelasting over de jaren 2014 tot en met 2018; het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de gestelde termijn betalen van loonheffingen over het jaar 2016; het opzettelijk niet doen van aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2018;
- handelen in strijd met de AWR door [Holding] en andere rechtspersonen in het concern. Dat ziet op het opzettelijk niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de gestelde termijnen betalen van loonheffingen over het jaar 2016;
- handelen in strijd met de AWR door [persoon] , doordat het aan zijn opzet of grove schuld is te wijten dat de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2017 voor een te laag bedrag zijn vastgesteld.