ECLI:NL:RVS:2019:2821
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering drank- en horecavergunning wegens onvoldoende bewijs relatie strafbare feiten
De burgemeester van Rijssen-Holten weigerde op grond van de Wet bibob de aanvraag voor een drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor een restaurant vanwege een vermoeden dat de aanvrager betrokken was bij een hennepkwekerij en dat de vergunningen zouden worden gebruikt om met crimineel verkregen voordelen te investeren. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van de burgemeester. De burgemeester ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de burgemeester op grond van feiten en omstandigheden mocht aannemen dat de aanvrager in relatie stond tot strafbare feiten, ook zonder strafrechtelijke veroordeling voor de specifieke periode. De Afdeling oordeelde dat het advies van het Landelijk Bureau bibob zorgvuldig was en dat de burgemeester terecht het vermoeden van betrokkenheid bij hennepteelt aannam. De rechtbank had ten onrechte een te streng toetsingskader gehanteerd door alleen strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen.
Verder werd geoordeeld dat de berekening van het financieel voordeel door de rechtbank onjuist was omdat deze uitging van de belastingaanslag in plaats van de winst per oogst, en dat het vermoeden dat het voordeel nog steeds deel uitmaakt van het vermogen van de aanvrager terecht was. Ook vond de Afdeling dat de burgemeester terecht rekening hield met onduidelijkheden in de financiering van de onderneming, wat het gevaar van investeringen met crimineel geld vergroot.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de burgemeester van 13 december 2018, en verklaarde het beroep bij de rechtbank ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank en het besluit van de burgemeester worden vernietigd, en het beroep bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.