Uitspraak
De RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Belastingrecht
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , te [plaatsnaam] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, de inspecteur,
Procesverloop
Overwegingen
“9.1. Vergrijpboete Loonheffingen
Materiele beroepsgronden
Ten aanzien van de boeten
van [bedrijf 2] uiteen heeft gezet (de paragrafen 6 en 7 van stuk 43 en stuk 46) en met bijlagen
heeft geschraagd. Eén van die bijlagen is een rapport van de belastingdienst van 5 april 2016
(bijlage 7 van stuk 43), waarin als zijn conclusie is vermeld dat bij de overgang van de
werknemers van [bedrijf 3] naar [bedrijf 2] het materieel werkgeverschap niet is
gewijzigd, terwijl uit andere bijlagen blijkt dat transporteurs als [bedrijf 4] en
[belanghebbende] zelf hun chauffeurs wierven, waarna [bedrijf 2] de aanstelling administratief
verzorgde.”
- de werknemer moet persoonlijk arbeid verrichten, dit impliceert dat de werknemer zich niet vrij kan laten vervangen; en
- de werkgever heeft de bevoegdheid om de werknemer bindende aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkzaamheden (moeten) worden verricht (gezagsverhouding); en
- de werkgever moet de werknemer een beloning betalen voor de verrichte arbeid.
- [persoon F] spreekt met hen een nettoloon af en [persoon F] bepaalt de hoogte daarvan;
- voor vragen over loonsverhoging gaan de chauffeurs naar [persoon F] ;
- de opdrachten (te rijden ritten, laad- en losplaatsen) krijgen de chauffeurs van [bedrijf 1] en/of van [persoon F] ;
- bij problemen onderweg (schade aan de wagen, omgevallen pallet, bederf van de lading et cetera) wordt alles geregeld door [persoon F] of in overleg met hem. [bedrijf 2] speelt daarin geen enkele rol;
- de contracten met [bedrijf 2] en andere papieren liggen op kantoor bij [persoon F] om te ondertekenen. Bij ondertekening was alleen [persoon F] aanwezig;
- voor voorschotten op het salaris, of eventuele verzoeken om loonsverhoging wenden de chauffeurs zich tot [persoon F] ;
- een chauffeur verklaart dat [persoon F] het loon moest storten naar Cyprus: ‘Cyprus betaalt ons’;
- een chauffeur verklaart dat hij door [persoon F] is ontslagen omdat hij drie keer de boot naar [plaatsnaam] heeft gemist.
- Een e-mail van 15 juni 2014 met daarin de zinnen:
Zijn de door de inspecteur opgelegde vergrijpboeten terecht opgelegd?
Conclusie
Proceskostenvergoeding
Beslissing
- verklaart de beroepen 20/2901 en 20/2905 ongegrond;
- verklaart de beroepen 20/2902 tot en met 20/2904 en 20/2906 tot en met 20/2912 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslag loonheffingen met aanslagnummer [aanslagnummer 8] (20/2908);
- vermindert de naheffingsaanslag loonheffingen met aanslagnummer [aanslagnummer 8] tot een bedrag van € 105.506;
- vermindert de gelijktijdig met de naheffingsaanslag [aanslagnummer 8] opgelegde belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de gelijktijdig met de naheffingsaanslag [aanslagnummer 8] opgelegde boete tot een bedrag van € 21.101,20;
- vernietigt de overige uitspraken op bezwaar 20/2902 tot en met 20/2904 en 20/2906 tot en met 20/2912 uitsluitend voor zover het de boete betreft;
- vermindert de boeten tot de bedragen opgenomen onder punt 45 van deze uitspraak;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde (gedeelten van de) uitspraken op bezwaar;