De zaak betreft een beroep van eiseres tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk die een last onder dwangsom handhaaft wegens het zonder omgevingsvergunning realiseren van opslag, het plaatsen van een zeecontainer en het bouwen van een schuur op een agrarisch perceel.
De rechtbank oordeelt dat de derde-partij belanghebbende is bij het handhavingsverzoek omdat het perceel grenst aan dat van eiseres en zicht heeft op de schuur die regelmatig voor festiviteiten wordt gebruikt. Het college heeft het verzoek van de derde-partij terecht als aanvraag tot handhaving behandeld.
Eiseres kon niet aannemelijk maken dat de schuur legaal aanwezig was op de peildatum 1975, zodat het beroep op bouwovergangsrecht faalt. Ook het beroep op een persoonlijke gedoogverklaring aan de vorige eigenaar slaagt niet, omdat deze betrekking had op andere bouwwerken en niet op de schuur. De rechtbank stelt vast dat het college bevoegd is tot handhaving en dat er geen sprake is van onevenredigheid of gebrek aan legalisatieonderzoek.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.