Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2023
op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
(…) We (…) kennen de situatie daardoor al meer dan 35 jaar erg goed (…). Er heeft sinds 2018 een grote opruimactie plaatsgevonden en is het geheel enorm opgeschoond. De caravan, die er al 25 jaar staat was behoorlijk vervallen en is door mevr. [eiseres] op het chassis van deze caravan opgewaardeerd tot een schuilgelegenheid. Ook de nabij gelegen vervallen paardenstal (van hout en ijzer) met opslagmogelijkheid stond er net zo lang en is keurig opgeknapt.” De caravan betreft bouwwerk 2 waarop de voorzieningenrechter hierna onder 10 ingaat. De door deze omwonende genoemde paardenstal betreft bouwwerk 1. Ter zitting heeft de vader van eiseres verklaard dat het dak van de paardenstal was ingestort en dat deze is gerepareerd en vervangen en dat de houten wanden waren verrot en zijn vernieuwd. Het volume is daarbij niet vergroot. De voorzieningenrechter acht deze verklaring ter zitting voldoende gedetailleerd en voldoende overtuigend om mee te nemen als bewijs.
Zoals telefonisch besproken is onderhoud vergunningsvrij maar is herbouw vergunningsplichtig. Vandaar mijn advies om de bestaande bebouwing op te waarderen en niet te slopen.” Eiseres stelt dat zij op basis daarvan is overgegaan tot het opwaarderen van bouwwerk 2 en erop mocht vertrouwen dat dit (vergunningvrij) mogelijk was.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2023.