ECLI:NL:RBGEL:2023:7226
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Nietig proeftijdbeding leidt tot vergoeding wegens onregelmatige opzegging
Werknemer trad op 3 mei 2023 in dienst bij werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een schriftelijk overeengekomen proeftijd van drie maanden. Op 8 juli 2023 beëindigde werkgever het dienstverband per direct, terwijl de proeftijd niet rechtsgeldig was vanwege de wettelijke maximale duur van één maand bij een contract tussen zes maanden en twee jaar.
Werknemer heeft de opzegging aangevochten en vorderde betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een billijke vergoeding, transitievergoeding en achterstallig salaris. Werkgever voerde verweer dat het proeftijdbeding standaard was en betwistte de hoogte van de gevorderde bedragen.
De kantonrechter oordeelde dat het proeftijdbeding nietig is en dat de opzegging in strijd met artikel 7:671 BW Pro is gegeven. Werkgever is daarom gehouden tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 15.773,40 bruto, een billijke vergoeding van € 100,00 bruto en een transitievergoeding van € 197,09 bruto. Achterstallig salaris was reeds voldaan. Werkgever werd tevens veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot betaling van vergoeding wegens onregelmatige opzegging, billijke vergoeding, transitievergoeding en proceskosten aan werknemer.