Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur,
Inleiding
- periode 1 januari 2012 t/m 31 december 2013 ( [nummer] ) van € 597.288 (KSB I) (ARN 19/626);
- periode 1 januari 2012 t/m 31 december 2013 ( [nummer] ) van € 752.408) (KSB II) (ARN 19/793);
- periode 1 januari 2014 t/m 30 april 2016 ( [nummer] ) van € 2.723.971 (KSB III) (ARN 19/794) en
- periode 1 januari 2014 t/m 30 april 2016 ( [nummer] ) van € 5.800.199 (KSB IV) (ARN 19/796).
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- sprake is van misbruik van procesrecht aan de zijde van de inspecteur;
- de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd;
- de naheffingsaanslagen KSB I tot en met IV terecht en naar juiste bedragen zijn opgelegd aan het samenwerkingsverband;
- belanghebbende recht heeft op een vergoeding voor immateriële schade wegens de lange duur van de procedure.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met nummer ARN 19/796 inzake de naheffingsaanslag KSB IV ongegrond;
- verklaart de beroepen met nummers ARN 19/626, 19/793 en 19/794 inzake de naheffingsaanslagen KSB I tot en met III gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 20 december 2018;
- vernietigt de naheffingsaanslagen KSB I en III;
- vermindert de naheffingsaanslag KSB II tot een bedrag van € 725.473;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de in zoverre vernietigde uitspraken op bezwaar van 20 december 2018;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.594;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.406;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.777,50;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 49 dient te vergoeden.