ECLI:NL:HR:2020:140
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- L.F. van Kalmthout
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over belastingaanslagen na vrijspraak strafzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake aanslagen inkomsten- en vermogensbelasting voor de jaren 1994 tot en met 1998 opgelegd aan belanghebbende. Deze aanslagen zijn deels gebaseerd op feiten waarvan belanghebbende in een strafzaak is vrijgesproken, maar waarbij hij wel veroordeeld is voor handel in hashish in de periode 1994-1996.
Het Hof had geoordeeld dat het vermoeden van onschuld uit artikel 6 lid 2 EVRM Pro zich ook uitstrekt tot de belastingprocedure, waardoor het standpunt van de Inspecteur dat belanghebbende ook inkomsten had uit vrijgesproken activiteiten niet gevolgd kon worden. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel onjuist is: een vrijspraak in strafrecht sluit niet uit dat dezelfde feiten in een belastingprocedure met minder strenge bewijsregels kunnen worden bewezen, mits de vrijspraak niet in twijfel wordt getrokken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het Hof de aanslagen per jaar en per aanslag moet beoordelen aan de hand van fiscale bewijsregels en het beschikbare bewijs. Het voorwaardelijk incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor herbeoordeling.