AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, welke werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1 januari 2021 tot en met 22 september 2021 vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij in hun woning en het niet melden daarvan aan het college. De rechtbank oordeelt dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de terugvordering heeft ingesteld, omdat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden.
Eisers voerden aan niet te hebben geweten van de hennepkwekerij en wezen op hun naïviteit, analfabetisme en lage IQ. De rechtbank stelt echter dat het (bewijs)vermoeden van betrokkenheid bij de hennepkwekerij niet is weerlegd, mede gelet op het rapport van wederrechtelijk verkregen voordeel en de aangetroffen hennepresten. De sepotbeslissing van de officier van justitie wordt als beleidssepot beoordeeld en doet aan de bestuursrechtelijke beoordeling niet af.
Verder oordeelt de rechtbank dat de terugvordering niet onevenredig is. De wetgever heeft bewust gekozen voor een gebonden bevoegdheid tot terugvordering bij schending van de inlichtingenplicht, waarbij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dergelijke dringende redenen aanwezig zijn. De rechtbank volgt ook niet de door de advocaat-generaal voorgestelde ruimere uitleg van dringende redenen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland te Arnhem op 18 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand wegens hennepkwekerij en schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:823. 4.Volledig: Wijziging van de wetgeving op het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misbruik en fraude, Stb. 2012, 462.
5.Dit staat in de memorie van toelichting bij de Wet Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013), Kamerstukken II, 2012-13, 33 556, nr. 3, p. 20, 21.
6.Stb. 2013, 236.
7.Memorie van toelichting, Kamerstukken II, 2012-13, 33 556, nr. 3, p. 21.
8.Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, p. 3 en 45.
9.Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, p. 45, 46.
10.Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, p. 46, 47.
11.Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, p. 21.
12.Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2011-12, 33 207, nr. 6, p. 17.
13.Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, p. 21 en 22; Kamerstukken II 2011-12, 33 207, nr. 6, p. 18; Aanhangsel van de Handelingen, Kamerstukken II 2020-21, nr. 1376, p. 3, antwoord 5.
15.Zie rechtsoverwegingen 15.36 en 17.18.