Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres], uit [plaats], eiseres
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Gelderland
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college trok deze in over de periode 1 september 2021 tot en met 2 januari 2022 wegens het niet melden van een groot geldbedrag van € 26.391,30 ontvangen in september 2021. Eiseres verstrekte de gevraagde bankafschriften niet, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen en de aanvraag om algemene bijstand afwees.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door het niet melden van het ontvangen bedrag en dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de kosten van bijstand heeft teruggevorderd. Het college had het recht om bankafschriften over een langere periode dan drie maanden op te vragen om de aanvraag te beoordelen.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, werd dit gebrek gepasseerd omdat het rechtsgevolg niet anders zou zijn. De rechtbank wees het beroep ongegrond, maar kende eiseres een schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn door de Staat, en vergoedde griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, het college mag de bijstand intrekken en terugvorderen, en eiseres krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.