Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser], uit [woonplaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, de inspecteur,
Inleiding
- over het tijdvak 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].F.02.1501) omzetbelasting (OB) van € 16.081, alsmede bij beschikking een boete van € 8.040. Tevens is bij beschikking € 1.959 aan heffingsrente in rekening gebracht.
- over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].F.02.3501) OB van € 18.964, alsmede bij beschikking een boete van € 9.482. Tevens is bij beschikking € 1.317 aan belastingrente in rekening gebracht.
- over het jaar 2011 een aanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].H.16.01) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 53.287. Tevens is bij beschikking € 327 aan heffingsrente in rekening gebracht.
- over het jaar 2013 een aanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].H.36.01) IB/PVV berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 47.946 alsmede bij beschikking een boete van € 7.587. Tevens is bij beschikking € 776 aan belastingrente in rekening gebracht.
- over het jaar 2013 een aanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].W.36.01.4) ZVW naar een bijdrage-inkomen van € 47.773. Tevens is bij beschikking € 128 aan belastingrente in rekening gebracht.
- over het jaar 2014 een aanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].H.46.01) IB/PVV berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 34.617. Tevens is bij beschikking € 102 aan belastingrente in rekening gebracht.
- over het jaar 2014 een aanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].W.46.01.4) ZVW opgelegd naar een bijdrage inkomen van € 34.617. Tevens is bij beschikking € 12 aan belastingrente in rekening gebracht.
- de boetebeschikking bij de naheffingsaanslag OB 2010-2011 is verlaagd tot € 3.216;
- de naheffingsaanslag OB 2012-2013 is verminderd tot € 17.376 en de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verlaagd. Ook heeft de inspecteur de vergrijpboete verlaagd tot € 3.284;
- het belastbaar inkomen uit werk en woning bij de aanslag IB/PVV 2011 is verminderd tot € 29.565 en de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verlaagd;
- het belastbaar inkomen uit werk en woning bij de aanslag IB/PVV 2013 is verminderd tot € 38.193 en de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verlaagd. Ook heeft de inspecteur de vergrijpboete verlaagd tot € 4.250.
- het bijdrage-inkomen bij de aanslag ZVW 2013 is verminderd tot € 38.020.
Feiten
“2.3 Administratie
“9.4 Feiten en omstandigheden
- Uit onze gegevens blijkt dat [eiser] in het jaar 2013 vanaf zijn ip-adres van 172 klanten aangiften heeft ingediend, waarvan 83 alleen voor de inkomstenbelasting (particulieren) en 89 naast inkomstenbelastingaangiften ook overige aangiften (ondernemers). Dit komt in de buurt van zijn eigen verklaring van 150 klanten, waarvan 75 particulier en 75 zakelijk. Uit zijn administratie blijkt echter niet dat hij 172 klanten heeft.
- Uit derdenonderzoek bij de klant [naam 5] is gebleken dat de facturen van [eiser] niet in de administratie van [naam 5] zitten. De klant heeft echter verklaard facturen van [eiser] in de administratie te hebben. De klant heeft tijdens het derdenonderzoek verklaard de facturen van [eiser] niet meer terug te kunnen vinden in zijn administratie. De klant heeft verklaard € 400 contant te betalen voor het indienen van de aangiften inkomstenbelasting van de klant en zijn vrouw en de kwartaalaangiften omzetbelasting. Wij hebben gedurende de controle geen facturen gericht aan [naam 5] aangetroffen in de administratie van [eiser]. Ook de ontvangsten staan niet in de kas.
- We hebben de 857 ingediende aangiften vermenigvuldigd met de gehanteerde tarieven. Het resultaat voor het jaar 2013 komt op € 61.360,44 inclusief omzetbelasting. [eiser] heeft in dat jaar een omzet van € 0 aangegeven in zijn aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting.
- [eiser] heeft geen splitsing gemaakt in zijn voorbelasting in de jaren 2010 tot en met 2013. Hij heeft de voorbelasting van zowel zijn administratie/advieskantoor als voor zijn assurantiekantoor volledig in aftrek genomen. Belastingplichtige heeft geen recht op aftrek van voorbelasting voor het assurantiekantoor.
- [eiser] heeft voor de aangifte inkomstenbelasting geen privé gebruik auto bijgeteld in de jaren 2010 tot en met 2013.
- geen facturen te hebben uitgeschreven voor al de door hem verrichtte diensten aan zijn klanten.
- het niet opnemen van alle inkomsten in zijn aangifte inkomsten- en omzetbelasting.
- het in aftrek nemen van voorbelasting op de facturen die zowel betrekking hebben op zijn administratie/advieskantoor, dan wel op zijn verzekeringskantoor.
- het niet aangeven van privé gebruik auto in de inkomstenbelasting.
“Het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht (art. 52AWR)
- Niet altijd een factuur uitreikt aan ondernemers voor de diensten die u aan hen heeft verricht. Volgens verklaring wordt alleen een factuur uitgereikt als een ondernemer daarom vraagt. (…) Doordat u niet consequent facturen heeft uitgereikt, blijken uit uw administratie allereerst niet te allen tijde uw (fiscale) verplichtingen en ten tweede maakt dat een controle achteraf ook niet mogelijk. Ook kan daardoor indirect de volledigheid van de verantwoorde omzet in de aangiften inkomstenbelasting en de aangiften omzetbelasting niet worden gecontroleerd.
- Facturen die u wel uitreikt, geen opvolgend nummer hebben. Daarbij komt dat u deze facturen niet tijdig uitgereikt heeft (voor de 15e van de opvolgende maand van de verleende dienst). Dat de datum van het uitreiken van de factuur niet vermeld is en de aard van de geleverde dienst niet op de factuur is vermeld. Mede in het licht van het feit dat u niet altijd een factuur uitreikt, en die wel zijn uitgereikt niet doorlopend genummerd zijn, en u meerdere bedrijfsactiviteiten heeft, is daardoor een controle op juistheid en volledigheid van de aangiften omzetbelasting in de controleperiode niet meer mogelijk. Ook kan daardoor niet de verantwoorde omzet in de aangiften inkomstenbelasting en de aangiften omzetbelasting worden gecontroleerd.
- Geen urenadministratie bijhoudt inzake de verrichte werkzaamheden voor klanten. (…)
- Geen debiteurenadministratie en onderhanden werk bijhoudt. (…)
- Geen deugdelijke kasadministratie heeft bijgehouden die voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. In de controleperiode zijn op verscheidenen tijdstippen negatieve kassen geconstateerd. (…) Er is daarbij tijdens het boekenonderzoek geconstateerd dat fouttellingen zijn gemaakt. In de kasadministratie wordt maandelijks een stelpost van € 350 opgenomen. (…)
- Geen afzonderlijke balans opgemaakt heeft voor de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013. (…) Echter als bijlage op de aangiften inkomstenbelasting heeft u deze wel ingediend. Tijdens het boekenonderzoek is niet duidelijk geworden, mede door de gebreken in de administratie, hoe deze jaarcijfers bij de aangiften tot stand zijn gekomen.”
vrijdag 23 augustus 2019 om 10:00in het kantoor van de Belastingdienst aan de Kingsfordweg 1 te Amsterdam. (…)”
Beoordeling door de rechtbank
- alle op de zaken betrekking hebbende stukken zijn overgelegd;
- de hoorplicht is geschonden;
- getuigen moeten worden gehoord;
- sprake is van een onrechtmatige selectie voor controle;
- of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard;
- of de inspecteur de belastingaanslagen heeft vastgesteld aan de hand van een redelijke schatting.
fishing expedition. Daarvoor is een getuigenverhoor niet bedoeld.
,waarin deze stelt dat hij een omzet had van € 6.066 per maand, wat een jaaromzet inhoudt van tenminste € 72.792. De door de inspecteur vastgestelde totale omzetten van het advies- en administratiekantoor en het assurantiekantoor samen van € 70.065 (2011) en € 71.201 (2012) zijn iets lager dan de jaaromzet die belanghebbende stelt te hebben gehad.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van € 3.750;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade van € 2.250;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 164,06;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 164,07;
- bepaalt dat de inspecteur en de Staat elk de helft van het betaalde griffierecht van in totaal € 222 aan belanghebbende dienen te vergoeden.