Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats 1], eiser
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 21 oktober 2024 uitspraak gedaan in de zaken ARN 22/1060 en 22/3597 waarin eiser beroep instelde tegen de intrekking en terugvordering van bijstand over de periodes 2014-2015 en 2016-2019, en tegen een opgelegde bestuurlijke boete van €650 wegens schending van de inlichtingenplicht.
Uit onderzoek bleek dat het waterverbruik op het uitkeringsadres extreem laag was (3-4 m3 per jaar), wat de vooronderstelling rechtvaardigt dat eiser zijn hoofdverblijf niet op dat adres had. Eiser heeft deze vooronderstelling onvoldoende weerlegd. Daarnaast heeft eiser zijn inlichtingenplicht geschonden door niet te melden dat hij vaak elders verbleef. De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de bijstand introk en terugvorderde.
Ten aanzien van de boete oordeelde de rechtbank dat het dagelijks bestuur de boete niet met 5% had verminderd ondanks overschrijding van de beslistermijn van 13 weken. Tevens werd de redelijke termijn overschreden met elf maanden, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete tot €558. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het boetebesluit. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Beroep tegen intrekking en terugvordering bijstand ongegrond; beroep tegen boete gegrond met matiging tot €558.