Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
2.
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
1.Het geschil
2.De procedure
3.De feiten
niet buiten kennis geweest en uitwendig geen zichtbaar letsel.Klein bultje rechts frontaal
Gebruik handycam
“…Vervolgens werd ik met een knuppel op mijn hoofd geslagen toen ik al op de grond lag. Ik werd geraakt op mijn voorhoofd boven mijn rechteroog…”
Optreden op de [straat 2] en het [plein 1] te [plaats].
[naam 4] aanvullende vragen gesteld. In zijn schriftelijke antwoorden staat, voor zover relevant:
4.De vordering en het verweer
7:954 lid 1 BW worden veroordeeld om haar schade te vergoeden.
5.De beoordeling
‘Toen gingen ze op de mensen af en ze riepen dat de mensen weg moesten. Dat was heel duidelijk’en
‘Ik weet niet meer of ik heb gehoord dat hij zei: “Politie afstand houden”. Ik hoorde lawaai dat wel.’Hiertegenover staat niet alleen de verklaring van [naam 3] , maar staan ook de verklaringen van [naam 8] en [naam 16] waarin expliciet is opgenomen dat zij hebben gehoord dat [naam 3] die waarschuwing heeft gegeven (zie 3.21. en 3.23.). De rechtbank kent meer gewicht toe aan deze verklaringen tegenover de verklaring van [eiseres] in het onderzoek Erebus dat zij het niet meer weet of zij dat heeft gehoord.