De burgemeester van Arnhem besloot de supermarkt/slijterij te sluiten vanwege de vondst van 6,57 gram hennep, iets boven de toegestane hoeveelheid voor eigen gebruik. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting omdat verzoeker aannemelijk had gemaakt dat de hennep voor eigen gebruik was bestemd. De hoeveelheid was slechts beperkt overschreden en er waren geen aanwijzingen voor handel of verkoop. De burgemeester kon dit niet overtuigend tegenspreken.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waardoor de supermarkt/slijterij weer geopend mocht worden. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.
De uitspraak benadrukt het belang van een helder en consistent betoog over eigen gebruik bij geringe overschrijdingen en de noodzaak van voldoende bewijs voor handhavend optreden door het bestuursorgaan.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Derksen en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet volgens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet.