In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland wordt het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld in verband met de sluiting van de supermarkt/slijterij [bedrijf] in Arnhem. De burgemeester had besloten om de zaak voor een maand te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet, omdat er hennep was aangetroffen. Verzoeker, de eigenaar van de supermarkt, was het niet eens met dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft en of de burgemeester bevoegd was om de sluiting op te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester niet bevoegd was om de sluiting op te leggen, omdat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aangetroffen hennep voor eigen gebruik was. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de burgemeester tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de supermarkt/slijterij weer geopend mag worden. De burgemeester wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker.