Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser,
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Rechtbank Gelderland
Eiser had op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) een verzoek ingediend voor inzage in zijn penitentiair- en inrichtingsdossier. De plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de penitentiaire inrichting Arnhem had op 23 maart 2023 besloten dat eiser inzage kreeg. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de staatssecretaris verklaarde dit bezwaar op 29 november 2023 niet-ontvankelijk, stellende dat een andere rechtsgang openstond.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris dit ten onrechte deed. Een beslissing op een verzoek op grond van artikel 51b van de Wjsg betreft geen tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen of vrijheidsbenemende maatregelen zoals bedoeld in artikel 1:6 Awb Pro. Hierdoor stond eiser wel degelijk de weg van bezwaar open. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep overschreden met ongeveer acht maanden. De rechtbank wijst een schadevergoeding van € 1.000 toe, waarvan € 250 ten laste van de staatssecretaris en € 750 ten laste van de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid). Tevens moet de staatssecretaris het griffierecht van € 184 aan eiser vergoeden.
De rechtbank behandelt ook de procesgang, waarbij eerdere voorlopige voorzieningen en de rol van de beklagcommissie worden besproken. De uitspraak is gedaan door rechter W.P.C.G. Derksen en griffier I.H. Verzijl-Stoop op 1 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wijst een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.