7.1.1.Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden begrepen: feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en derhalve behoorden te worden aangevoerd, alsmede bewijsstukken van reeds eerder aangevoerde feiten of omstandigheden, die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd. Is hieraan voldaan, dan is niettemin geen sprake van feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke beoordeling rechtvaardigen, indien op voorhand uitgesloten is dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen. Op de aanvrager rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
8. Eiser stelt dat sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De minister heeft in 2004 gedreigd een procedure bij de kantonrechter op te starten en onder die dreiging is eiser akkoord gegaan met het (aanvragen van) de FPU Plus-regeling uitmondend in ontslag. Uit de procedure bij de CRvB geregistreerd onder zaaknummer 22/2681, genoemd in overweging 3.4, heeft eiser echter afgeleid dat wat betreft zijn pensionering niet het civiele recht maar het bestuursrecht van toepassing was. Toen is eiser duidelijk geworden dat de minister in 2004 dus een, naar zijn zeggen, oneigenlijk middel heeft gebruikt om hem te dwingen tot pensionering, althans gebruik te maken van de FPU Plus-regeling om ontslag te bewerkstelligen. Daarmee is volgens eiser sprake van bedrog. Het (op de hoogte geraken van dit) bedrog is volgens eiser een nieuw feit en bevestigt volgens hem het beleid van de minister om het starten van gerechtelijke procedures, zoals eiser heeft gedaan, en de tussenkomst van de rechter als gevolg daarvan, niet te dulden. Dit beleid is er de oorzaak van dat hij in 1999 niet is geplaatst in de functie van Hoofd Bedrijfsbureau.
9. De minister heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de stelling van eiser dat bij zijn FPU Plus-ontslag bij de stichting DLO ten onrechte de civiele weg is gekozen niet klopt, omdat eiser voorafgaand aan zijn (overeengekomen) FPU Plus-ontslag werkzaam was bij de stichting DLO op basis van een arbeidsovereenkomst.
Eiser heeft in zijn herhaalde verzoek geen nieuw gebleken feiten dan wel veranderde omstandigheden aangevoerd in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Gelet daarop heeft de minister het bezwaar van tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding terecht met toepassing van artikel 7:3, onder b, van de Awb kennelijk ongegrond geacht.
10. In de brief van 27 oktober 2023 heeft eiser verzocht om schadevergoeding. Bij dat verzoek heeft eiser drie bijlagen overgelegd, te weten:
1. aanvulling op beroepschrift 28 maart 2022, gedateerd 31 mei 2022;
2. instellen hoger beroep van 28 november 2022;
3. brief van 28 juli 2023 aan de CRvB.
In de bijlagen 1 en 2 heeft eiser verwezen naar een e-mail van de minister aan de rechtbank van 10 mei 2022 in de zaak met zaaknummer 22/1647.