ECLI:NL:CRVB:2025:301
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en onduidelijkheid beperkingen op achttiende verjaardag
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, te weten in 2012, 2017 en 2019. Alle aanvragen zijn afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) zijn aangevoerd en het niet kon worden vastgesteld of appellant op zijn achttiende verjaardag beperkingen ondervond die recht geven op een Wajong-uitkering.
In hoger beroep heeft de Raad een onafhankelijke psychiater en arbeidsdeskundige benoemd. De psychiater concludeerde dat appellant waarschijnlijk een (antisociale) persoonlijkheidsstoornis had, te beschouwen als een gebrek. De arbeidsdeskundige kon echter niet vaststellen of appellant op zijn achttiende verjaardag basale werknemersvaardigheden ontbrak, mede door onvoldoende gegevens.
De Raad oordeelt dat de aanvraag van 2019 een herhaling is zonder nieuwe feiten en dat het ontbreken van vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag betekent dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering. De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast is een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim 21 maanden, waarbij de Staat en het UWV ieder een deel van de schadevergoeding en proceskosten dragen.
De Raad veroordeelt het UWV en de Staat tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten en onduidelijkheid over beperkingen op de achttiende verjaardag.