Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. De rechtbank heeft het college en de Staat in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft zonder zitting uitspraak gedaan met toestemming van partijen.
De rechtbank beoordeelt dat de redelijke termijn is overschreden. De termijn van behandeling van het bezwaar en beroep mag in beginsel respectievelijk een half jaar en anderhalf jaar duren. In deze zaak heeft de procedure, exclusief een periode van aanhouding op verzoek van partijen, ruim twee jaar geduurd, wat een overschrijding van ruim twee maanden betekent.
De rechtbank kent op grond hiervan een immateriële schadevergoeding toe van €500 aan verzoeker, te betalen door de Staat, omdat de overschrijding aan de rechtbank is toe te rekenen. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter Heijmans en griffier Ebbers.