Uitspraak
zaaknummer: ARN 23/7579
Rechtbank Gelderland
Eiseres maakte bezwaar tegen de wijziging van haar verzekerde aanvangsleeftijd voor de AOW van 1975 naar 1977 en tegen de toepassing van een korting van 10% op haar pensioen wegens niet-verzekerde jaren. De rechtbank oordeelt dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de juiste ingangsdatum heeft gehanteerd, gebaseerd op de geldende AOW-gerechtigde leeftijd en de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 7a van de AOW.
De rechtbank stelt vast dat de overgangsregeling van artikel 55 AOW Pro niet van toepassing is op eiseres omdat haar verzekerde periode pas in 1977 begon. Daarnaast is de korting van 10% terecht toegepast, aangezien eiseres gedurende bepaalde periodes niet verzekerd was vanwege verblijf en werk in het buitenland. De rechtbank weegt de feiten en omstandigheden, waaronder de korte inschrijving in Nederland en het ontbreken van een duurzame band met Nederland in die periodes.
Eiseres' betoog dat zij wel degelijk ingezetene was in bepaalde jaren en dat de korting onterecht is, wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat het enkele feit van Nederlands staatsburgerschap niet voldoende is voor ingezetenschap. Ook het betoog over onzorgvuldigheid van het besluit wordt niet onderbouwd geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de voorlopige vaststelling van haar AOW-pensioen en de korting van 10% wordt ongegrond verklaard.