ECLI:NL:RBGEL:2025:116

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
13 januari 2025
Zaaknummer
ARN 24_63
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M.C. Schuurman - Kleijberg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 AOWArt. 9 AOWBoek 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen duurzaam gescheiden leven: toekenning ouderdomspensioen volgens gehuwdennorm

Eiser, gehuwd sinds 2015 op huwelijkse voorwaarden, woont niet samen met zijn echtgenote die in het Verenigd Koninkrijk verblijft. Ondanks gescheiden woonplaatsen onderhouden zij regelmatig contact, ondernemen gezamenlijke activiteiten en presenteren zich als echtpaar.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende eiser op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) een ouderdomspensioen toe volgens de gehuwdennorm. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij duurzaam gescheiden leefde, wat een andere pensioennorm zou rechtvaardigen.

De rechtbank beoordeelde of aan de voorwaarden voor duurzaam gescheiden leven was voldaan. Uit de feitelijke omstandigheden bleek dat eiser en zijn echtgenote niet afzonderlijk een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat ten minste één van hen niet de intentie heeft de situatie als blijvend te beschouwen.

De rechtbank concludeerde dat de SVB terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard, waardoor het ouderdomspensioen terecht volgens de gehuwdennorm is toegekend. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt toekenning van ouderdomspensioen volgens de gehuwdennorm.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/63

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser] te [plaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 7 december 2023.
1.1.
In het bestreden besluit van 7 december 2023 is de SVB gebleven bij haar besluit van 27 juli 2023 om aan eiser met ingang van [datum] 2023 een ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toe te kennen.
1.2.
De rechtbank heeft partijen in haar brief van 8 november 2024 laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek op 12 december 2024 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
2.1.
Eiser, geboren op [geboortedatum] 1956, is in 2015 op huwelijkse voorwaarden gehuwd met [naam] . Zijn echtgenote woont en werkt in het Verenigd Koninkrijk. Eiser en zijn echtgenote hebben de geldzaken volledig gescheiden. Ze betalen over en weer niet voor elkaars woning, verzekeringen en levensonderhoud. Ze spreken elkaar enkele keren per week via de telefoon, e-mail en Whatsapp. Daarnaast zien ze elkaar met enige regelmaat in het Verenigd Koninkrijk [1] en in Nederland [2] . Ze maken samen uitstapjes [3] en gaan ook samen op vakantie. [4] Eiser en zijn echtgenote presenteren zich als echtpaar.
2.2.
Omdat eiser op [datum] 2023 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft hij op 12 april 2023 ouderdomspensioen aangevraagd. In de aanvraag heeft eiser vermeld dat hij is gehuwd.
2.3.
De SVB heeft bij eiser en zijn echtgenote aanvullende informatie opgevraagd om de aanvraag te kunnen beoordelen. Eiser en zijn echtgenote hebben deze informatie verstrekt.
2.4.
Hierna heeft de SVB bij besluit van 27 juli 2023 aan eiser ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden toegekend per [datum] 2023.
2.5.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Op het bezwaar is beslist met het bestreden besluit van 7 december 2023.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de SVB eiser vanaf [datum] 2023 op terechte gronden niet heeft aangemerkt als duurzaam gescheiden levend als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is de (hoofd)regel?
5. Artikel 9, eerste lid, van de AOW bepaalt dat deze wet een ouderdomspensioen kent voor:
a. de ongehuwde pensioengerechtigde;
b. de gehuwde pensioengerechtigde.
5.1.
Het huwelijk is juridisch geregeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. In de AOW is door de wetgever geen aparte definitie van het begrip ‘huwelijk’ genoemd.
5.2.
Wie volgens de AOW ook, en daarmee in afwijking van het bepaalde in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als gehuwd of ongehuwd moet worden aangemerkt, is uitgewerkt in artikel 1, derde lid, onder a (gehuwd) en b (ongehuwd), van de AOW.
Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
5.3.
Wat moet worden begrepen onder ‘duurzaam gescheiden leven’ is in de rechtspraak van onder meer de Centrale Raad van Beroep (CRvB) vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw uitgelegd. Die uitleg is steeds opnieuw bevestigd. [5]
5.4.
Als geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving (zoals door detentie of opname in een verpleeginstelling) leven gehuwde mensen pas duurzaam gescheiden
als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a) ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken, én
b) ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd, én
c) ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
5.5.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet in dezelfde woning hebben. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen. [6] Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken [7] of niet zijn aangegaan.
Voldoen eiser en zijn echtgenote aan alle voorwaarden voor duurzaam gescheiden leven?
6. Deze vraag kan de rechtbank kernachtig beantwoorden: nee.
6.1.
Dat eiser en zijn echtgenote niet in dezelfde woning wonen of hebben gewoond staat niet in de weg aan het aannemen van een huwelijkse ‘samenleving’. Of men ‘samen leeft’ wordt door de SVB in navolging van de rechtspraak van de CRvB getoetst aan meer factoren dan de enkele plek waar men, al dan niet samen, woont. De SVB heeft de wijze waarop zij dat toetst neergelegd in beleidsregels. [8]
6.2.
Zo onderzoekt de SVB ook of men in de toekomst (weer) onder één dak, in één huis, wil gaan wonen, of sprake is van financiële verstrengeling, of men sociaal contact heeft en voor elkaar zorgt en in welke mate en hoe men zich naar buiten toe presenteert.
6.3.
Uit de door eiser en zijn echtgenote ingevulde vragenlijsten blijkt dat zij voor meer dan enkel noodzakelijke zorg contact met elkaar hebben, samen op vakantie gaan en activiteiten ondernemen, zich als echtpaar presenteren en bij elkaar overnachten. De echtgenote heeft nog verklaard dat zij op dit moment in het Verenigd Koninkrijk woont en zij niet op korte termijn van plan is om in Nederland te gaan wonen. [9] Ook eiser heeft dit tijdens de hoorzitting met zoveel woorden gezegd. Daarmee is echter niet uitgesloten dat op den duur toch sprake kan zijn van een samenwonen. [10]
6.4.
Hieruit volgt dat de SVB op terechte gronden heeft aangenomen dat eiser en zijn echtgenote niet voldoen aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als duurzaam gescheiden levend. Dat betekent dat aan eiser terecht een ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden is toegekend.
Handelt de SVB in strijd met het gelijkheidsbeginsel?
7. Ook deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend.
7.1.
Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden.
7.2.
De situatie van eiser kan vanwege het huwelijk niet worden vergeleken met de situatie van ongehuwden, ook al is, volgens eiser, door het huwelijk niets veranderd in de feitelijke situatie. Door het sluiten van het huwelijk in 2015 is de juridische situatie wel veranderd. En het is nu juist de juridische situatie die bepalend is voor de vraag volgens welke (hoofd-)regel de norm van het ouderdomspensioen bepaald moet worden (in het geval van eiser: artikel 9, eerste lid, onder b van de AOW) en of daarop wellicht een uitzondering mogelijk is (in het geval van eiser: ‘duurzaam gescheiden leven’, artikel 1, derde lid, onder b, van de AOW).
7.3.
De SVB heeft de situatie van eiser dan ook op de juiste wijze vergeleken met andere gevallen door na te gaan of eiser als gehuwde pensioengerechtigde mogelijk toch als ongehuwd moet worden aangemerkt. De SVB is – zoals hiervoor al is geoordeeld – terecht tot de conclusie gekomen dat dat niet het geval is.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de SVB aan eiser terecht een ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden heeft toegekend en eiser geen recht heeft op een ouderdomspensioen naar de norm voor ongehuwden. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman - Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. K.V. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Gemiddeld één weekend per maand.
2.Gemiddeld één weekend per kwartaal.
3.Gemiddeld één keer in drie maanden.
4.Gemiddeld twee keer per jaar, zo’n drie weken per keer.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 30 mei 1973, RSV 1974/12; 5 september 1989, RSV 1990/94; 5 oktober 1989, RSV 1990/110; 4 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4212; 23 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3276.
6.Uitspraak van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932.
7.Uitspraken van 10 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4120, en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093.
8.SB1002, versie 14.
9.Zie bladzijde 5.5 in de stukken van de SVB: “I do not plan to live in the Netherlands in the foreseeable future.”
10.Zie bladzijde 13.1 in de stukken van de SVB: “V verwacht niet dat ze in de toekomst bij elkaar gaan wonen, maar hij kan het ook niet helemaal uitsluiten.”