Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
D. VASTSTELLING GELDVORDERING
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van eiseres, dochter van de overleden erflaatster, tegen de erfgenamen van haar stiefvader, de langstlevende echtgenoot van haar moeder. Eiseres vordert betaling van een bedrag uit hoofde van de wettelijke verdeling van de nalatenschap van haar moeder. De nalatenschap van de moeder is negatief volgens een vermogensoverzicht, maar eiseres betwist dit en stelt dat zij recht heeft op een vordering van circa € 26.813,38.
De gedaagden betwisten de vordering en voeren onder meer aan dat de nalatenschap negatief is en dat de rechtbank niet bevoegd is zolang de omvang van de nalatenschap niet door een deskundige is vastgesteld, conform een testamentaire bepaling. De rechtbank oordeelt echter dat de bevoegdheid van de rechtbank niet is uitgesloten en dat de vordering tot betaling van een geldsom boven de € 25.000 door de rechtbank kan worden behandeld.
De rechtbank verklaart eiseres niet-ontvankelijk jegens één van de gedaagden, omdat alleen de langstlevende echtgenoot gehouden is tot voldoening van de schuld. De omvang van de vordering staat echter niet vast en de rechtbank kan deze niet zonder meer vaststellen. Daarom verwijst de rechtbank het geschil over de omvang van de vordering naar de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter, terwijl de vordering tot betaling door de rechtbank wordt aangehouden totdat de kantonrechter hierover heeft beslist.
De procedure wordt aangehouden en partijen worden erop gewezen dat zij in de kantonrechterprocedure ook zonder advocaat kunnen verschijnen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat de kantonrechter uitspraak doet over de omvang van de vordering.
Uitkomst: De rechtbank verwijst het geschil over de omvang van de vordering naar de kantonrechter en houdt de vordering tot betaling aan totdat de kantonrechter heeft beslist.