ECLI:NL:RBGEL:2025:11801

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
05/270549-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedrijfsmatige handel in harddrugs met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Gelderland heeft op 24 november 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met anderen gedurende ongeveer een half jaar bedrijfsmatig handelde in harddrugs zoals heroïne, cocaïne, MDMA en hasj. De tenlastelegging omvatte onder meer het bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van deze middelen.

Het bewijs bestond uit telefoongegevens, DNA-sporen op verdovende middelen, getuigenverklaringen en observaties van politie. De verdediging voerde onder meer aan dat het onderzoek aan telefoons onrechtmatig was en dat getuigenverklaringen onvoldoende betrouwbaar waren. De rechtbank oordeelde echter dat het vormverzuim bij het onderzoek aan de telefoons niet leidde tot bewijsuitsluiting en dat de verklaringen, ondanks enkele inconsistenties, betrouwbaar genoeg waren in samenhang met het overige bewijs.

De rechtbank stelde vast dat verdachte nauw betrokken was bij de handel, onder meer door chatgesprekken, aanwezigheid bij de stashauto en DNA-sporen. Verdachte werd herkend door meerdere getuigen als dealer en neefje van medeverdachte. De handel was bedrijfsmatig en gericht op financieel gewin, met een negatieve impact op de volksgezondheid.

Gezien de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een taakstraf van 240 uur op, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werden diverse in beslag genomen goederen verbeurd verklaard, met uitzondering van enkele telefoons en een geldbedrag die aan verdachte werden teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/270549-23
Datum uitspraak : 24 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. H.O. den Otter, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 22 februari 2023 te Doetinchem en/of te Groenlo, en/of te Aalten, en/of te Zeddam, en/of te Zelhem, en/of te Winterswijk en/of (een) ander(e) plaats(en) gelegen in de provincie Gelderland en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 23 februari 2023 te Dieren, (althans) in de gemeente Rheden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
a.
ongeveer 157,92 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 51,98 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of
b.
ongeveer 85,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 23 februari 2023 te Dieren, (althans) in de gemeente Rheden tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van heroïne en/of cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door in een woning een of meerdere van de volgend voorwerp(en) op te slaan/voorhanden te hebben , te weten
624 gram, althans een hoeveelheid versnijdingsmiddel, en/of
een geldbedrag van €1390,- , en/of
402, althans een hoeveelheid lege gripzakjes, en/of
twee/een rol(len) lege boterhamzakjes, en/of
628, althans een hoeveelheid lege ponypacks , en/of
een of meerdere weegscha(a)l(en) en/of een big shopper;
4.
hij op of omstreeks 23 februari 2023 te Zelhem, (althans) in de gemeente Bronckhorst
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 159,92 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 55,22 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, en/of ongeveer 51,07 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of heroïne, en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten [feit].
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1. De telefoons met goednummers [nummer] (p. 563 van het procesdossier) en [nummer] (p. 599 van het procesdossier) moeten van het bewijs worden uitgesloten, omdat toestemming van de rechter-commissaris nodig was om deze telefoons in hun geheel te onderzoeken, nu dit een min of meer volledig beeld van het privéleven geeft. Bovendien maakte niet alleen verdachte gebruik van het telefoonnummer eindigend op - [nummer] . Verder is hij het niet het ‘neefje’ van medeverdachte [medeverdachte] waarover in het procesdossier wordt gesproken. De getuigenverklaringen zijn onvoldoende betrouwbaar om de betrokkenheid van verdachte aan te kunnen nemen. Bovendien komt een aantal van hen bij de rechter-commissaris terug op de verklaring die zij bij de politie hebben afgelegd, terwijl een aantal van hen überhaupt niet is gehoord bij de rechter-commissaris, waardoor hun eerder afgelegde verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Ten aanzien van feiten 2 en 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 4, omdat uit het procesdossier niet blijkt dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen die zich in deze auto bevonden. Hierbij heeft de raadsman verwezen naar hetgeen hij onder feit 1 heeft bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Het onderzoek aan de telefoons met goednummers [nummer] en [nummer]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het onderzoek naar de gegevens in deze telefoons onrechtmatig is, en zo ja, welk gevolg dit moet hebben. De rechtbank neemt bij de beantwoording van die vraag het arrest in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (HvJ EU 4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830; hierna: CG/Landeck) en de daaropvolgende arresten van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) en 9 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1247) in ogenschouw en overweegt als volgt.
Uit de genoemde jurisprudentie volgt dat bij elke vorm van onderzoek aan een elektronische gegevensdrager of een geautomatiseerd werk die een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist is. Deze toetsing vergt een beoordeling of de inbreuk die door het onderzoek wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker is gerechtvaardigd, mede gelet op de ernst van het strafbare feit waarop de verdenking betrekking heeft en het belang van het onderzoek aan de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk voor de waarheidsvinding.
Als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan een elektronische gegevensdrager of een geautomatiseerd werk inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie, en gevoelige gegevens) is al geen sprake meer van een (slechts) beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank stelt vast dat met het volledig uitlezen van de telefoons van verdachte een meer dan slechts beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is gemaakt door de veelheid aan uitgewisselde communicatie over privacygevoelige zaken tussen verdachte en anderen. Als deze gegevens in onderling verband met elkaar kunnen worden gebracht, kan dat leiden tot nauwkeurige conclusies over het privéleven van verdachte. Voorafgaand aan het uitlezen van de telefoon van verdachte heeft geen toetsing door de rechter-commissaris plaatsgevonden.
De officier van justitie heeft voorafgaande toestemming gegeven om de telefoons van verdachte volledig uit te lezen. Gelet op de sluitingsdatum van het procesdossier moet dit vóór 25 september 2023 zijn geweest. Dit was in lijn met de toenmalige jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank concludeert dat de ten laste gelegde feiten weliswaar voorafgaand aan het arrest CG/Landeck en de arresten van de Hoge Raad van 18 maart 2025 en 9 september 2025 hebben plaatsgevonden, maar is van oordeel dat deze ook van toepassing zijn in de onderhavige zaak.
Nu slechts sprake was van voorafgaande toestemming van de officier van justitie om de telefoon uit te lezen en voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris daartoe ontbrak, brengt dit de rechtbank – gelet op het voorgaande – tot de conclusie dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. De rechtbank overweegt overigens dat, zou de rechter-commissaris om toestemming zijn gevraagd voor onderzoek aan de digitale gegevensdragers, zoals dat heeft plaatsgevonden, de rechter-commissaris deze toestemming – maar mogelijk wel met één of enkele beperking(en) – waarschijnlijk had gegeven.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of aan dit vormverzuim rechtsgevolgen moeten worden verbonden, en zo ja welke. Bij beantwoording van die vraag moet rekening worden gehouden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Uit bestendige jurisprudentie volgt dat niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie slechts in zeer uitzonderlijke gevallen voorkomt. De rechtbank ziet daar in dit geval ook geen aanleiding voor.
De rechtbank overweegt dat bewijsuitsluiting als rechtsgevolg kan worden verbonden aan een vormverzuim in gevallen waarin het uitsluiten van bepaalde resultaten van het opsporingsonderzoek van het gebruik voor het bewijs, noodzakelijk is om een schending van artikel 6 EVRM Pro te voorkomen. Zij overweegt daartoe dat bewijsuitsluiting in het onderhavige geval niet noodzakelijk is om een schending van het recht op een eerlijk proces te voorkomen, nu niet blijkt dat door het vormverzuim in het verloop van de strafprocedure complicaties zijn opgetreden die het voeren van de verdediging ernstig hebben bemoeilijkt. Ook is geen sprake van een dusdanig ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, dat bewijsuitsluiting noodzakelijk wordt geacht als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden.
Er is in onderhavige zaak naar het oordeel van de rechtbank dus geen sprake van een zodanig ernstige onherstelbare inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak, dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank verwerpt dan ook de verweren van de raadsman en volstaat met de enkele constatering van het vormverzuim.
Dit betekent dat de resultaten van het onderzoek aan de telefoons van verdachte voor het bewijs kunnen worden gebezigd.
De bruikbaarheid voor het bewijs van de afgelegde getuigenverklaringen
De verdediging heeft aangevoerd dat getuigen [getuige] en [getuige] niet bij de rechter-commissaris zijn gehoord en dat hun getuigenverklaringen bij de politie daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
De rechtbank overweegt hierover dat de betrokkenheid van verdachte in doorslaggevende mate blijkt uit andere bewijsmiddelen (informatie uit telefoons en verklaringen van andere afnemers), zoals de rechtbank hierna uiteen zal zetten, en dus niet in doorslaggevende mate is gebaseerd op de verklaringen van getuigen [getuige] en [getuige] . Het gaat erom dat de procedure in zijn geheel eerlijk is. Dat is naar het oordeel van de rechtbank het geval. Het ontbreken van de mogelijkheid tot verhoor van deze getuigen wordt voldoende gecompenseerd door de andere getuigen die wel bij de rechter-commissaris zijn verhoord.
Hierbij betrekt de rechtbank het gegeven dat [getuige] enkel een briefadres heeft en [getuige] wel een GBA-adres heeft, maar daar kennelijk niet meer woont. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris blijkt dat de rechter-commissaris in overleg met de raadsman heeft besloten dat de getuigen niet nogmaals zullen worden opgeroepen.
De verklaringen van getuigen [getuige] en [getuige] hoeven dus niet op voorhand uit te worden gesloten van het bewijs.
Verder heeft de verdediging aangevoerd dat enkele getuigen bij de rechter-commissaris anders hebben verklaard dan zij in eerste instantie bij de politie hebben gedaan, waardoor hun verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat zij niet betrouwbaar zijn.
De rechtbank constateert dat een aantal afnemers bij de rechter-commissaris is gehoord en dat zij daar inderdaad een andere verklaring hebben afgelegd dan bij de politie. De rechtbank ziet echter ook dat zij meer dan twee jaar ná het einde van de pleegperiode bij de rechter-commissaris zijn gehoord. Dat zij zich bij de rechter-commissaris dingen niet of anders herinneren dan zij bij de politie hebben verklaard, is alleen al door het tijdsverloop verklaarbaar. Bovendien zijn ook persoonlijke omstandigheden – in geval van intensief drugsgebruik en/of een turbulent leven – van invloed op het geheugen. Het enkele feit dat bij de rechter-commissaris afwijkend is verklaard van een bij de politie afgelegde verklaring, maakt de bij de politie afgelegde verklaring niet onbetrouwbaar en onbruikbaar voor het bewijs. De verklaringen bij de rechter-commissaris bevatten tegenstrijdigheden, waar hun verklaringen bij de politie consistent waren. Ook verklaren zij slechts bij de rechter-commissaris in algemeenheden, terwijl zij bij de politie juist heel gedetailleerd hebben verklaard. Alles afwegende acht de rechtbank de verklaringen die deze getuigen bij de politie hebben afgelegd - en die ook ondersteund worden door de overige bewijsmiddelen in het dossier - betrouwbaar en vindt dat deze voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De verklaringen die zij de rechter-commissaris hebben afgelegd, zal de rechtbank naast zich neerleggen.
De bewijsmiddelen
Op 23 februari 2023 zag de politie dat er een Renault Twingo met kenteken [kenteken] geparkeerd stond aan de Bergstraat in Zelhem. Verdachte reed met een Renault Clio met kenteken [kenteken] langs. Vervolgens liep verdachte naar de Twingo, opende deze met een sleutel, en stapte in aan de bestuurderskant. Verdachte zat voorover gebogen in het voertuig en was ondertussen bezig in de middenconsole. Daarna stapte hij uit, sloot het voertuig af en reed weg in de Clio. [2]
Bij het voeteneinde van de passagiersstoel van de Twingo lag een bigshopper van de Action. Daarin zaten drie metalen blikken, waarin verdovende middelen zaten. [3] Het ging in totaal om 170,78 gram cocaïne, 55,22 gram heroïne en 51,07 gram MDMA. [4]
Op twee verschillende verpakkingen van de verdovende middelen die in de Twingo werden aangetroffen, vond de politie DNA dat afkomstig kan zijn van verdachte. In het ene geval was de bewijskracht ongeveer 11 miljoen en in het andere geval ongeveer één miljoen. Verder werd op een aantal van deze verpakkingen DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte] . [5]
Verdachte is op 23 februari 2023 om 17:49 uur aangehouden in de woning aan [adres] . [6] Op dat moment had hij een telefoon in zijn broekzak (goednummer [nummer] ). Er waren geen andere personen aanwezig in de woning. In de woning lag 157,92 gram cocaïne, 51,96 gram heroïne en 85,1 gram hasj. Verder trof de politie 624 gram versnijdingsmiddel, een geldbedrag van € 1.390,- in kleine coupures (11 briefjes van € 50,-, 29 briefjes van 20,- en 26 briefjes van € 10,-), 402 lege gripzakjes, twee rollen lege boterhamzakjes, een bigshopper met 628 lege ponypacks, drie weegschalen en meerdere telefoons aan, waaronder de telefoon met goednummer [nummer] . [7]
Op vier verschillende verpakkingen van de verdovende middelen die in de woning werden aangetroffen, vond de politie DNA dat afkomstig kan zijn van verdachte. De bewijskracht was in één geval ongeveer 19 miljoen en in de andere gevallen meer dan een miljard. Verder werd op een aantal van deze verpakkingen DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte] . [8]
De telefoon met goednummer [nummer] , aangetroffen in de broekzak van verdachte, is onderzocht door de politie. Het laatst gebruikte telefoonnummer bleek [telefoonnummer] te zijn. [9] Dit is het meest recente nummer dat getuige [getuige] gebruikte om contact te leggen met zijn dealer.
Verder stond op deze telefoon een groepsgesprek op Signal waaraan onder andere de gebruiker van deze telefoon deelnam. Ook ‘ [medeverdachte] ’, die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] , dat gekoppeld is aan de telefoon met goednummer [nummer] , aangetroffen in de jaszak van medeverdachte [medeverdachte] , maakte deel uit van dit gesprek. Ook werden gesprekken aangetroffen met ‘ [getuige] ’, die ook in de telefoon van verdachte staat als ‘ [getuige] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer] , het telefoonnummer dat op naam staat van getuige [getuige] . Op de onderzochte telefoon stonden verschillende chatgesprekken tussen ‘ [getuige] ’ en de gebruiker van de telefoon. [10]
In het groepsgesprek stuurde de gebruiker van de telefoon op 23 februari 2023 onder andere de volgende berichten, waarbij gebruik werd gemaakt van de naam ‘ [verdachte] ’:
  • [verdachte] om 17:03:35 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:03:39 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:19:08 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:19:29 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:47:18 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:47:21 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:47:33 uur: ‘
  • [verdachte] om 17:47:39 uur: ‘
De rechtbank constateert dat er tot twee minuten vóór de aanhouding van verdachte door verdachte berichten zijn verstuurd met deze telefoon, die is aangetroffen in zijn broekzak. Er was verder niemand anders aanwezig in de woning. Het is mogelijk dat, zoals de verdediging heeft aangevoerd, andere personen soms gebruik maakten van de telefoon, maar verdachte had deze telefoon in ieder geval op 23 februari 2023 in zijn bezit en heeft daar tot vlak voor zijn aanhouding berichten mee verstuurd.
Met ‘wit’ wordt volgens de politie cocaïne bedoeld en met ‘rook’ basecoke. [12]
Verdachte heeft desgevraagd geen verklaring willen geven over deze telefoon en de kort voor de aanhouding daarmee gevoerde gesprekken. Zonder nadere toelichting, die dus ontbreekt, neemt de rechtbank aan dat de verdachte op de dag van zijn aanhouding bezig was met de handel in drugs.
Volgens de politie gaan nagenoeg alle chatgesprekken op deze telefoon over het bestellen van vermoedelijk drugs, waaronder afspraken over de hoeveelheden, bedragen en ontmoetingen. In veel van deze gesprekken worden benamingen gebruikt als ‘rook’, ‘wit’, ‘bruin’ en ‘sos’. Verder staan achter de opgeslagen contactnamen vaak letters of plaatsnamen, bijvoorbeeld ‘sb’ voor vermoedelijk ’s-Heerenberg, ‘Ww’ voor vermoedelijk Winterswijk, Aalten, ‘Lv Kilder’, voor vermoedelijk Kilder of Lichtenvoorde, ‘Zhm’ voor vermoedelijk Zelhem en ‘Groenlo’. [13]
Eén van de aangetroffen gesprekken heeft de gebruiker gevoerd met ‘ [getuige] ’, die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit nummer staat volgens de politiesystemen op naam van [getuige] , die in dit onderzoek ook als getuige is gehoord. De gebruiker van de telefoon had de gebruikersnaam ‘ [verdachte] ’. In dit gesprek werden onder andere de volgende berichten verstuurd:
  • [verdachte] op 27 december 2022: ‘
  • [getuige] op 27 december 2022: ‘
  • [verdachte] op 27 december 2022: ‘
  • [verdachte] op 27 december 2022: ‘
  • [verdachte] op 5 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 5 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 5 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 6 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 6 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 6 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 19 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 19 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 19 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 19 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 19 januari 2023:
  • [getuige] op 19 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 19 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 19 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 28 januari 2023: ‘
  • [verdachte] op 28 januari 2023: ‘
  • [getuige] op 1 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 1 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 1 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 3 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 3 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 3 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 10 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 10 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 12 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 12 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 22 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 22 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 22 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 22 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 22 februari 2023: ‘
  • [getuige] op 22 februari 2023: ‘
  • [verdachte] op 22 februari 2023: ‘
De politie heeft ook de telefoon met goednummer [nummer] onderzocht. Met deze telefoon was op [geboortedatum] 2022 een bericht gestuurd naar contact ‘ [naam] ’ om hem te feliciteren. [naam] is geboren op [geboortedatum] 1965 en is een oom van verdachte. Verder werd met deze telefoon een berichtje verstuurd waarin de afzender zich ‘ [verdachte] noemt. [15] Gelet hierop gaat de rechtbank er van uit dat verdachte deze telefoon heeft gebruikt.
Op deze telefoon werden verder lijstjes aangetroffen die volgens de politie vermoedelijk te maken hebben met openstaande schulden of bestellingen in het kader van de handel in verdovende middelen. Zo werd op 20 september 2022 de volgende notitie aangemaakt:

Ciano 2000
H 3500
M. 13000
En op 21 november 2022 de volgende notitie:

9374 bredje
6650
= 2725
---
350 bol = 10500
250 kris = 6250
Totaal = 16250
+ 150 snoepjes [16]
In een WhatsApp-gesprek tussen verdachte en ‘ [naam] ’ werden op 17 oktober 2022 onder andere de volgende berichten verstuurd:
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • [naam] : ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • [naam] : ‘
  • Verdachte: ‘
  • [naam] : ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
  • Verdachte: ‘
Volgens de politie wordt met ‘cris’ XTC of speed bedoeld en met ‘donk’ marihuana en PCP. ‘Boli’ en ‘sanie’ worden gebruikt voor cocaïne, ‘korrels’ en ‘donker’ voor heroïne en ‘bori’ voor basecoke. [17]
[getuige] heeft verklaard dat hij sinds een jaar of 3 à 4 drugs afnam bij [naam] . Dit was meestal basecoke. Toen hem een foto van medeverdachte [medeverdachte] werd getoond, herkende [getuige] hem als [naam] . [getuige] herkende een foto van verdachte als iemand die wel eens voor [naam] reed en van wie hij wel eens drugs heeft afgenomen. [18]
[getuige] heeft verklaard dat zij gister (de rechtbank begrijpt: op 22 februari 2023) in de auto zat bij [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ). [medeverdachte] werd gebeld door zijn neefje [naam] , met wie hij samenwoont. [19]
[getuige] heeft verklaard dat hij de woning aan [adres] huurt, die hij op zijn beurt weer verhuurt aan twee mannen die hij kent als [verdachte] , die als voormalig adres [adres] in Rotterdam opgaf, en [naam] . De mannen gaven aan neven van elkaar te zijn. [20]
[getuige] heeft verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte] ook wel kent als [medeverdachte] . [getuige] heeft op 23 februari 2023 cocaïne en heroïne bij hem gekocht. De maat van [medeverdachte] maakt gebruik van een zwarte Renault Clio. Volgens [getuige] is dat een neef van [medeverdachte] . [21]
[getuige] heeft verklaard dat hij een jaar of acht geleden voor het eerst drugs heeft gekocht van [naam] , die hij het langst kent als [medeverdachte] . In die acht jaar heeft [getuige] ruim 100 keer heroïne en basecoke bij hem gekocht. In de periode van 5 tot en met 19 februari 2022 heeft [getuige] ten minste elf keer verdovende middelen bij hem gekocht. Er zijn twee of drie verschillende dealers. Eén van hen is een donkere jongen die door [medeverdachte] ‘zijn neefje’ wordt genoemd. De politie liet [getuige] een foto van medeverdachte [medeverdachte] zien. [getuige] herkende hem als Mr [medeverdachte] , [naam] of [medeverdachte] . [getuige] herkende een foto van verdachte als het neefje van [medeverdachte] . [22]
[getuige] heeft verklaard dat hij contact heeft met een dealer die zich op WhatsApp [verdachte] noemt, maar die zich bij [getuige] altijd ‘ [medeverdachte] ’ noemt. [getuige] heeft gehoord dat hij [medeverdachte] of [medeverdachte] heet. Als [getuige] hem een WhatsApp-bericht stuurt, komt er iedere keer iemand anders, ongeveer 5-6 man. Het telefoonnummer van de dealer is twee keer veranderd, maar is nu [telefoonnummer] . [getuige] heeft 30 à 40 keer cocaïne bij hem afgenomen. In een gesprek op 27 december 2022 werd gesproken over een neefje dat zou komen. De dealer noemde die persoon altijd zo. Toen de politie [getuige] foto’s liet zien van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkende hij hen allebei als mensen van wie hij drugs heeft gekocht. [23]
De beoordeling door de rechtbank
Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte zich in de tenlastegelegde periode, samen met in ieder geval medeverdachte [medeverdachte] , bezig heeft gehouden met de handel in verdovende middelen. Hierbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Verdachte wordt op basis van een foto door meerdere mensen herkend als één van de personen van wie zij harddrugs afnemen. Daarbij noemt [getuige] specifiek de Renault Clio waarin verdachte ook reed tijdens de observatie op 23 februari 2023. Zowel [getuige] , [getuige] , [getuige] als [getuige] geven aan dat verdachte het neefje is van medeverdachte [medeverdachte] of door hem zo wordt genoemd. De rechtbank weet dat de aanduiding ‘neefje’ niet altijd duidt op bloedverwantschap, maar dat bijvoorbeeld ook goede vrienden zo kunnen worden aangeduid.
De verdediging heeft in dit verband aangevoerd dat niet kan worden aangenomen dat het steeds verdachte betreft wanneer over de neef of het neefje van medeverdachte [medeverdachte] wordt gesproken. In dit verband overweegt de rechtbank dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zichzelf in ieder geval zo omschrijven, gelet op de verklaring van getuige [getuige] . Verder biedt het procesdossier geen aanwijzingen dat hiermee andere personen zouden worden bedoeld dan verdachte. De rechtbank gaat er daarom van uit dat in de hiervoor aangehaalde verklaringen verdachte wordt bedoeld als het gaat om de neef of het neefje van medeverdachte [medeverdachte] .
In de telefoon die verdachte op zak had tijdens zijn aanhouding en de telefoon die in de woning is aangetroffen, maar aan verdachte kan worden gelinkt, zijn gesprekken aangetroffen waarin door middel van versluierd taalgebruik wordt gesproken over het afnemen van verdovende middelen, waarbij verdachte de verkoper was die de verdovende middelen aanbood. Dit sluit aan bij voornoemde getuigenverklaringen.
Op 20 september 2022 maakte verdachte een notitie aan die eveneens te maken had met verdovende middelen Verdachte stuurde het laatste drugs-gerelateerde bericht op 23 februari 2023, twee minuten vóór zijn aanhouding. Volgens de verdediging is niet duidelijk in welke periode de handel precies zou hebben plaatsgevonden, maar op basis hiervan staat voor de rechtbank in ieder geval vast dat dit in de tenlastegelegde periode was.
Verder heeft politie gezien dat verdachte op 23 februari 2023 heeft plaatsgenomen in de Renault Twingo, in het procesdossier aangeduid als de ‘stashauto’, kennelijk met als enige doel om een en ander te doen in het middenconsole. In deze auto zijn verdovende middelen aangetroffen, net als in de woning, waar verder ook nog goederen zijn aangetroffen die waren bedoeld om de handel in verdovende middelen voor te bereiden of te bevorderen. Verdachte moet hiervan wetenschap hebben gehad, aangezien hij betrokken was bij de handel in verdovende middelen die vanuit de auto en de woning plaatsvond. Bovendien is zijn DNA aangetroffen op meerdere verpakkingen waarin de verdovende middelen zaten. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer dat verdachte die wetenschap niet had.
Op basis van de verklaringen van [getuige] , [getuige] en [getuige] , die verklaren dat verdachte wel eens drugs afleverde voor medeverdachte [medeverdachte] , de verklaring van [getuige] , die aangeeft dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de woning waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen samen huurden, en het groepsgesprek op Signal, waaruit blijkt dat verdachte overleg voerde over de handel met anderen, waaronder medeverdachte [medeverdachte] , acht de rechtbank telkens ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
De rechtbank acht daarmee alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigd bewezen, zoals hierna bewezen verklaard.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
een ofmeerdere tijdstip
(pen
)gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 22 februari 2023 te Doetinchem en
/ofte Groenlo, en
/ofte Aalten, en
/ofte Zeddam, en
/ofte Zelhem, en
/ofte Winterswijk en/of (een) ander(e) plaats(en) gelegen in de provincie Gelderland en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen,meermalen,
althans eenmaal, meermalen, althans eenmaal,opzettelijk heeft bewerkt en
/ofverwerkt en
/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd
, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehadeen hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en
/ofeen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en
/ofcocaïne
, zijnde (telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op
of omstreeks23 februari 2023 te Dieren,
(althans)in de gemeente Rheden tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad
a.
ongeveer 157,92 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne en
/ofongeveer 51,98 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeheroïne, zijnde cocaïne en
/ofheroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die weten
/of
b.
ongeveer 85,1 gram
, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op
of omstreeks23 februari 2023 te Dieren,
(althans)in de gemeente Rheden tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden
en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk
telen,bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
van heroïne en/of cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voorwerpen,
vervoermiddelen,stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoedendat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door in een woning een of meerdere van de volgend voorwerp(en) op te slaan/voorhanden te hebben, te weten
624 gram
, althans een hoeveelheidversnijdingsmiddel, en
/of
een geldbedrag van € 1.390,- , en
/of
402
, althans een hoeveelheidlege gripzakjes, en
/of
twee
/eenrol
(len
)lege boterhamzakjes, en
/of
628
, althans een hoeveelheidlege ponypacks, en
/of
een ofmeerdere weegscha
(a)l
(en
)en
/ofeen big shopper;
4.
hij op
of omstreeks23 februari 2023 te Zelhem,
(althans)in de gemeente Bronckhorst
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 159,92 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne en
/of
ongeveer 55,22 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeheroïne
,en
/ofongeveer 51,07 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeMDMA, zijnde cocaïne en
/ofheroïne, en
/ofMDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
eendaadse samenloop van
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod
en
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
en
feit 3:
medeplegen van voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,
om een feit, bedoeld in het vierde en/of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen
en
feit 4:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro, een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van drie jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte geen langere gevangenisstraf moet worden opgelegd dan de periode die hij in verzekering heeft doorgebracht, omdat de redelijke termijn is overschreden en de reclassering positief is over verdachte. In plaats daarvan kan een taakstraf en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft samen met in ieder geval medeverdachte [medeverdachte] gedurende een periode van ongeveer een half jaar gehandeld in harddrugs. Deze handel was bedrijfsmatig opgezet. Er werd dagelijks gedeald. De politie heeft medeverdachte [medeverdachte] één willekeurige dag geobserveerd en zag meteen dat hij betrokken was bij meerdere overdrachten. Verder blijkt uit het procesdossier dat er een grote hoeveelheid afnemers klant waren. Zij namen niet alleen regelmatig bij hen af, maar vaak ook gedurende langere tijd. De rechtbank neemt dit hem kwalijk.
Medeverdachte [medeverdachte] lijkt hierin ten opzichte van verdachte een leidinggevende en aansturende rol te hebben gehad. Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte] zich gedurende een veel langere periode bezig gehouden met deze praktijken. De rechtbank houdt hiermee rekening bij de strafoplegging.
Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Bovendien gaat het gebruik ervan vaak samen met verschillende vormen van criminaliteit. Verdachte en zijn mededader(s) hebben met hun handelen niet alleen misbruik gemaakt van kwetsbare mensen met een verslaving, maar ook een bijdrage geleverd aan de instandhouding hiervan, enkel voor hun eigen financiële gewin. Dit rekent de rechtbank hen aan.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte d.d. 6 oktober 2025 blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaar eerder is veroordeeld wegens het overtreden van de Opiumwet. Er is dus sprake van recidive. Kennelijk trekt verdachte hier geen lering uit, want het heeft hem er niet van weerhouden onderhavige feiten te plegen.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een eigen bedrijf heeft. Hij is vader van een kindje van bijna één jaar oud, bij wie hij veel is. Ook zorgt hij voor zijn oma.
Fivoor heeft op 6 november 2025 een reclasseringsadvies over verdachte uitgebracht. Op basis van het justitieel verleden van verdachte ziet de reclassering voornamelijk een patroon in delicten met een drugs-gerelateerd karakter en een financieel motief, waarin onderhavige tenlasteleggingen eveneens passen. Vanwege zijn aanhoudende ontkennende houding heeft de reclassering een mogelijk relatie tussen het plegen van de strafbare feiten en de leefgebieden huisvesting, dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, middelengebruik en houding kunnen vinden. Of er een verband bestaat tussen de feiten en de familie-/partnerrelatie of het psychosociaal functioneren is onbekend gebleven.
Verdachte heeft positieve veranderingen aangebracht in zijn leven en deze al ruim een jaar weten te behouden. Hij woont bij zijn oma in Rotterdam, heeft structureel werk en een stabiel inkomen. Hij is, naar eigen zeggen, abstinent van drugsgebruik en heeft een partner, met wie hij inmiddels ook een dochter heeft. Deze factoren ziet de reclassering als beschermend. Verdachte zou afstand hebben genomen van negatieve sociale contacten en zijn focus ligt nog altijd op het nastreven van sociaalmaatschappelijk geaccepteerde doelen. Er zijn geen aanwijzingen voor nieuw delictgedrag. Er zijn nog enige zorgen omtrent de onduidelijkheid over de eerder aan verdachte opgelegde ontnemingsmaatregel van ruim € 120.000, --.
De risico’s op recidive en letsel kunnen niet worden ingeschat. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.
De reclassering adviseert de oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat interventies of toezicht niet nodig worden geacht.
De overschrijding van de redelijke termijn
Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is op 24 februari 2023 in verzekering gesteld. Aan deze handeling kon verdachte in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Er is echter pas op 24 november 2025 uitspraak gedaan in deze zaak.
Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met negen maanden overschreden. Dat de zaak niet ‘op de plank is blijven liggen’, maar dat er nog getuigen moesten worden gehoord bij de rechter-commissaris, zoals de officier van justitie heeft betoogd, doet daar niet aan af.
De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
Conclusie
Alles afwegende komt de rechtbank tot het volgende.
Normaal gesproken staan op dit soort feiten langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn is de rechtbank echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen redelijk strafdoel meer dient. Verder houdt de rechtbank rekening met de positieve weg die verdachte is ingeslagen, ook al is dit nog redelijk pril. Daarom zal de rechtbank slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met een proeftijd van twee jaar, naast de door de officier van justitie geëiste taakstraf.
De rechtbank merkt tegelijkertijd op dat verdachte hiermee een kans krijgt om te laten zien dat hij op het rechte pad kan blijven. Het voorwaardelijke strafdeel beoogt een stok achter de deur te zijn. Als hij weer in de fout gaat kan de voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer worden gelegd, bovenop de straf die hij voor het nieuwe strafbaar feit zal krijgen.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro en met een proeftijd van 2 jaar.

8.De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen goederen verbeurd moeten worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de volgende voorwerpen, met behulp waarvan feiten 1 tot en met 4 zijn begaan of voorbereid, verbeurd verklaren:
  • Een geldbedrag van (PL0600-2023084629-G2927029) en
  • Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927005).
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank zal de teruggave van de volgende goederen aan verdachte gelasten, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet:
  • Een lichtblauwe Xiaomi-telefoon (PL0600-2023084629-G2927034),
  • Een blauwgroene Xiaomi-telefoon (PL0600-2023084629-G2927042),
  • Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927052),
  • Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927065) en
  • Een roze Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927013).

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10, 10 a en 11 van de Opiumwet;

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
o Een geldbedrag van (PL0600-2023084629-G2927029) en
o Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927005);
 gelast de teruggave van de volgende voorwerpen aan verdachte:
o Een lichtblauwe Xiaomi-telefoon (PL0600-2023084629-G2927034),
o Een blauwgroene Xiaomi-telefoon (PL0600-2023084629-G2927042),
o Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927052),
o Een Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927065) en
o Een roze Apple-telefoon (PL0600-2023084629-G2927013).
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Stratenus (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. G.M.L. Tomassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2025.
Mr. Stratenus en mr. Tomassen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2023339160, gesloten op 25 september 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 108.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 114.
4.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 269-286 en NFI-rapporten, p. 293-312.
5.Proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 354-263; proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 368-370 en NFI-rapport, p. 377-380.
6.Proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte] , p. 59.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 149-150; proces-verbaal van bevindingen, p. 227, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 230-247 en NFI-rapporten, p. 252-264 en kennisgevingen van inbeslagneming, p. 850, 853 en 917.
8.Proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 318- 327; proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 331-334; proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 337- 340 en NFI-rapport, p. 344-347.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. 599.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 600-602; proces-verbaal van bevindingen, p. 636 en proces-verbaal van bevindingen, p. 210.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 600 en een geschrift, te weten een afschrift van een chatgesprek, p. 615.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 441.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 602.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 603-605.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 563-564.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 565.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 566-569 en 571.
18.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 651
19.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 657-658.
20.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 694.
21.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 688-691.
22.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 714-717.
23.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 763-765.