AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot verdere verruiming lozingsnorm stikstof voor mestverwerker
Eiseres, een mestverwerker, verzocht het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland om de lozingsnorm voor stikstof in haar milieuvergunning te verruimen van 100 mg/l naar 300-400 mg/l. Na een uitgebreide procedure stelde het college de norm op 150 mg/l, ondanks bezwaren van eiseres. De rechtbank oordeelt dat het college deze norm in redelijkheid heeft kunnen vaststellen.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de norm van 150 mg/l onhaalbaar is, mede gelet op eerdere vergunningaanvragen, wetenschappelijk onderzoek van het RIVM en een recent BBT-document. Ook is onvoldoende onderbouwd dat een hogere norm noodzakelijk is. Daarnaast zou een hogere norm nadelige gevolgen hebben voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie, wat onacceptabel is voor het waterschap.
Hoewel het college niet alle adviezen van het waterschap tijdig ter inzage heeft gelegd, leidt dit niet tot benadeling van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het college wordt opgedragen de proceskosten en griffierechten van eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de mestverwerker tegen de weigering tot verdere verruiming van de lozingsnorm stikstof wordt ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.De inrichting is aangewezen in categorie 7.5, onder d, h en i, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de IPPC-installatie is genoemd in Bijlage I, categorie 5.3 b van de Richtlijn industriële emissies (Rie).
2.Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
3.In de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op grond van de bevoegdheid uit artikel 2.31, tweede lid, van de Wabo. Zie hierover
4.Paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
5.Het rapport “technische onderbouwing verweer” van IMD van 15 december 2023 (het IMD-rapport).
6.Categorie 10.1 van Bijlage I bij de Crisis- en herstelwet.
7.In het bestreden besluit is rekening gehouden met de BBT-conclusies uit de BREF Afvalbehandeling (2018) en de BREF op- en overslag; en met de Nederlandse informatiedocumenten (uit de bijlage bij (artikel 9.2) van de Mor): Algemene Beoordelingsmethodiek 2016, Handboek Immissietoets en Lozingeisen Wvo-vergunningen.
8.Een Nederlands informatiedocument als bedoeld in artikel 5.4 van het Bor, opgenomen in de Bijlage bij (artikel 9.2 van) de Mor.
10.Artikel 2.14, eerste lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1, van de Wabo
11.Artikel 5.4, eerste lid, van het Boer.
13.In het bestreden besluit is rekening gehouden met de BBT-conclusies uit de BREF Afvalbehandeling (2018) en de BREF op- en overslag; en met de Nederlandse informatiedocumenten (uit de bijlage bij (artikel 9.2) van de Mor): Algemene Beoordelingsmethodiek 2016, Handboek Immissietoets en Lozingeisen Wvo-vergunningen.
14.Zie bijvoorbeeld pagina 17 van het rapport.
15.Specifiek voor MRB-UF installaties wordt in tabel 7 (pagina 38 van het rapport) een gehalte van 51 mg/l gerapporteerd, terwijl tabel 27 (pagina 85 van het rapport) een indicatief prestatiekenmerk van 70 mg/l noemt.